Aan de leden van de Vaste Kamercommissies voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Buitenlandse Zaken,

 

31 – 01 – 2011

Geen woorden maar daden.

 

Wij Iraniërs zijn zeer geschrokken  door het doodvonnis en de uitvoering ervan van Zahra Bahrami, een Iraanse Nederlandse, en het gemak waarmee de Iraanse regering zijn daden kan verrichten. Wij zijn ook erg geschrokken,  hoe de Nederlandse regering tekort is geschoten in het verdedigen van het leven van Zahra Bahrami. De Nederlandse regering heeft de Iraanse regering meer vertrouwd dan de oppositie. Hoe naïef is het dat de Nederlandse Overheid vertrouwen heeft in Iraanse diplomaten. Men wilde stille diplomatie , maar in de praktijk is gebleken dat de Iraanse regering onbetrouwbaar is en dat door stille diplomatie niets bereikt wordt met deze opportunistische regering die haar doel bereid is te bereiken via leugens en moord. Wij hebben op 10 februari 2010 anderhalf maand na haar arrestatie een opsomming van andere schanddaden van het Iraanse barbaarse regiem in een open brief aan de Kamerleden gegeven en gewaarschuwd voor dit soort gebeurtenissen. 

 

 

 

Wij zijn van mening dat de Nederlandse regering enorm tekort is geschoten in het beschermen van de veiligheid van zijn onderdanen.

Onze ervaring laat zien dat dit soort kwesties tot gevolg hebben dat gedurende een paar dagen een emotionele discussie plaats vindt in Nederland en in de EU waarna de misdaad wordt vergeten en de Iraanse regering gewoon kan doorgaan met zijn criminele activiteiten in en buiten Iran.

 

De Nederlandse overheid moet de verdediging van mensenrechten niet ondergeschikt maken aan  economische en politieke  belangen.

 

Onze eisen zijn:

 

Als de verontwaardiging die de Minister van Buitenlandse Zaken laat zien gemeend is, lijkt een mooie uiting van die verontwaardiging het woord bij de daad voegen en de straat, waaraan de Iraanse ambassade ligt om te dopen tot de Zahra Bahramilaan. Op die manier zal de Iraanse ambassade in de lengte der dagen met de eigen misdaad geconfronteerd worden. Het zou een uitstekend teken van solidariteit zijn met de familie van Zahra Bahrami, die door Nederland in de steek gelaten is, en met het Iraanse volk.

 

Ten tweede menen wij dat een protest waar woorden als schanddaad en barbaars regiem vallen, ook tot gevolg moet hebben dat de vertegenwoordigers van dat barbaarse regiem worden geminimaliseerd in Nederland. Met andere woorden : via een door de AIVD te verstrekken lijst de spionnen van de Iraanse regiem en hun handlangers het land uit te zetten.

 

Als een regiem barbaars wordt genoemd door de Minister van Buitenlandse Zaken dan hebben wij er vertrouwen in dat diezelfde Minister van Buitenlandse zaken via zijn ambtsberichten zal pleiten voor een algehele uitzettingsstop van Iraanse vluchtelingen. Wij eisen dan ook ten derde dat de Minister in het kabinet er voor zorg draagt dat zijn collega, de Minister voor Immigratie en Asiel,  de onmiddellijke vrijlating beveelt van alle Iraniërs, die zich in vreemdelingenbewaring bevinden. Als men A zegt moet men immers ook B zeggen.

 

Hoogachtend,

Namens Stichting PRIME

Ahmed Pouri

Geef een reactie