Prime biedt houvast

Laatste strohalm voor wanhopige illegalen

 

Een onopvallend pandje op de hoek van de Repelaerstraat in de Haagse Stationsbuurt. Door een openstaande deur zijn kratten met voedsel te zien. Een voedselbank? Ja, maar veel méér dan dat. Hier huist de stichting Prime, die asielzoekers, vluchtelingen en illegalen een houvast biedt in een keiharde samenleving.
tekst Margreet Bal foto’s Ton Groenendijk

 

De kantoorruimte van Prime (Participating Refugees In Multicultural Europe) is volgestouwd  met computers,  ordners en stencils in diverse talen. ‘Klachten Donner en Verdonk’, luidt

het opschrift op een vuistdikke map. Ahmed Pouri, medeoprichter en coordinator van Prime, voert met een ernstig gezicht een telefoongesprek. “Dat ging over een jongen die al 49 dagen in hongerstaking is”, vertelt hij wanneer hij ophangt. “Hij moet nu ophouden, anders wordt zijn situatie levensbedreigend. Zo ver moeten mensen vaak gaan om oprechte aandacht te krijgen voor hun zaak. Het asielbeleid in Nederland is keihard.”

Executies in Iran

Ahmed Pouri (54) vluchtte op zijn 29e uit Iran naar Nederland. Hij was zijn leven niet zeker vanwege politieke activiteiten. “Meer dan 200 bekenden van mij zijn in die tijd in Iran geëxecuteerd”, vertelt hij. Pouri, die wiskunde en informatica studeerde, schrok in Nederland van het leed van vele asielzoekers en vluchtelingen die door de ingewikkelde wetgeving tussen wal en schip vielen en in de illegaliteit belandden. Met enkele anderen richtte hij in 1995 Prime op om deze mensen, die geen enkel houvast hebben, een plek te bieden waar ze met hun problemen terecht kunnen. Sinds die tijd is Pouri fulltime (“bijna dag en nacht”) actief voor Prime. Een ploeg vrijwilligers ondersteunt hem.

 

Gemiddeld komen zeker 10 à 15 mensen per dag in de Repelaerstraat langs voor hulp. De steun die Prime bidet is divers. Er is de voedselbank, maar Prime bemiddelt ook bij het vinden van medische hulp. De stichting doet daarnaast onderzoek en benadert media en politici om aandacht te vragen voor de vaak schrijnende problemen van haar doelgroep. Regelmatig worden acties en demonstraties georganiseerd.

 

Maar het zwaartepunt ligt bij de juridische bijstand. Pouri en zijn medewerkers helpen bij het zoeken van goede advocaten (“veel mensen worden bijgestaan door advocaten met weinig kennis van zaken, die belust zijn op geld”) en schakelen Pouri’s uitgebreide netwerk in voor het verzamelen van informative en het verkrijgen van deskundig advies. Dan blijkt vaak dat er door de IND veel fouten zijn gemaakt bij het beoordelen van de asielaanvraag.

 

“Dat is het mooie van dit werk: dat je van de meest dramatische situaties soms toch nog iets kunt maken”, zegt Fredy Winters, een van de vrijwilligers van Prime. “Mensen die keer op keer zijn afgewezen krijgen soms uiteindelijk toch nog een verblijfsvergunning.”

 

Maar dat lukt niet altijd. Pouri: “Veel vrijwilligers houden dit werk daarom niet vol. De onzekerheid, en de onrechtvaardigheid die deze mensen wordt aangedaan, is hen te veel. Sommige vrijwilligers kregen slapeloze nachten van de stress. Illegalen in Nederland

zijn vogelvrij. Velen worden verkracht en uitgebuit. Ze kunnen daar niets tegen doen, want ze hebben hier geen rechten. Veel mensen hebben geen dak boven hun hoofd en geen bron van inkomsten. Elke dag hoor je hier de vreselijkste verhalen.”

 

Ouders vermoord

Cheick Dansoko is 24 jaar. Hij wil niet herkenbaar op de foto. Hij is bang voor de politie. Maar dat is niet het enige. Nadat hij zijn verhaal deed op Den  Haag TV is hij veel vrienden  kwijtgeraakt. Ze willen niet omgaan met een illegaal.

 

Cheick vluchtte in 2000 uit het West- Afrikaanse Guinee naar Nederland. Zijn ouders waren door rebellen uit het buurland Sierra Leone vermoord, en de 14-jarige Cheick had geen familie meer. Een Nederlander nam hem verborgen in zijn schip mee naar ons land. Eenmaal hier volgde een jarenlange tocht langs asielzoekerscentra. Keer op keer vroeg Cheick een  erblijfsvergunning aan, maar steeds werden zijn verzoeken afgewezen. Hij zegt niet te weten waarom.

 

De jonge Guineeër zat intussen niet stil. Hij leerde Nederlands en ging naar school, uiteindelijk zelfs naar de Haagse Hogeschool. Maar op zijn 18e verjaardag ging het mis. De zoveelste asielaanvraag was afgewezen. Cheick werd opgepakt en naar het uitzetcentrum in Tilburg gebracht. Zes maanden werd hij vastgehouden. “Dat was erger dan een gevangenis. We zaten het grootste deel van de dag met vier man op een kamer opgesloten.”

 

In januari 2005 zou hij worden uitgezet. Maar er gebeurde iets onverwachts: hij miste zijn vlucht. “Mijn bewaker had medelijden met me. Hij kocht een treinkaartje voor me naar Den Haag.” Bij de IND meldde de bewaker dat hij Cheick op het vliegtuig had gezet.

 

Zo belandde Cheick in de illegaliteit. Twee jaar later, in mei 2007, kwam het kabinet Balkenende IV met een generaal pardon voor alle illegalen in Nederland die hun eerste asielaanvraag voor 1 april 2001 hadden ingediend, of sinds 1 april 2001 onafgebroken in Nederland hadden gewoond. Goed nieuws voor Cheick, die aan beide voorwaarden voldeed.

 

Maar toen kwam Kafka om de hoek kijken. Toen de Guineeër zich melded voor het pardon kreeg hij te horen: “Je voldoet niet aan de voorwaarden. Je bent immers in 2005 uitgezet. Je bent dus niet in Nederland. Dat staat in de papieren.” De papieren, waarop de vriendelijke bewaker destijds had ingevuld dat hij vertrokken was, met de bedoeling hem te helpen.

 

Cheick komt zeker eens per week bij Prime langs. Hij haalt dan eten bij de voedselbank en praat bij met Ahmed Pouri, die zich sterk maakt voor zijn zaak. Tot nu toe zonder resultaat. Ook een brief aan de toenmalige staatssecretaris van Justitie Albayrak levered een negatief antwoord op. Prime gaat zijn zaak voorleggen aan de Tweede Kamer.

 

Armeen in Azerbeidzjan

Ali Aliev (50) wil uit angst voor de politie eerst niet meewerken aan het artikel. Uiteindelijk besluit hij toch zijn verhaal te doen. Maar dan wel onder een schuilnaam.

 

Ali’s zoon Idris voert (15) het word in perfect Nederlands. Hij is hier altijd naar school gegaan. Idris vertelt dat hij, zijn vader en zijn broer Nizami (17) twee jaar geleden uit Azerbeidzjan zijn gevlucht vanwege de onlusten tussen Azerbeidzjan en buurland Armenië.

Door hun deels Armeense afkomst is het gezin in Azerbeidzjan zijn leven niet zeker, zegt Idris. “Mijn moeder is vermoord. En op school keerde iedereen zich tegen mij en mijn broer. We werden bedreigd. Mijn vader besloot dat het niet langer veilig was om naar school te gaan. Tweeëneenhalf jaar hebben we thuisgezeten. We kwamen nauwelijks buiten.”

 

Met behulp van een mensensmokkelaar vluchtte het gezin naar Nederland. Een verademing voor Idris en Nazimi. Ook al woonden ze in een asielzoekerscentrum, ze konden weer leven. Naar buiten, naar school, vrienden maken. Maar het lukte vader Ali niet om een verblijfsvergunning te krijgen. Geen paspoort en geen papieren.

 

Na herhaaldelijke afwijzing van hun asielaanvraag belandde het gezin op straat en in de illegaliteit. Ze logeren soms bij de zussen van Ali, soms bij kennissen. Ze zijn volledig afhankelijk van anderen, want een bron van inkomsten hebben ze niet. Eenmaal per week

haalt Ali eten bij Prime.

Prime ondersteunt het gezin bij de beroepsprocedure. De zaak van de Alievs ligt nu bij de Raad van State. Mocht het oordeel ook daar negatief zijn, dan gaat Ali door tot aan het Europese Hof. “Een verblijfsvergunning zou alles voor ons betekenen”, zegt Idris geëmotioneerd. “Dan kunnen we leren, werken, een leven opbouwen. Zonder vergunning kunnen we niets.” Maar terug naar hun vaderland is geen optie: “Dat betekent onze dood.”

 

Vlucht uit Georgië

Lolita Blank (36) uit Georgië is een opgewekte vrouw met droevige ogen. Ze is sinds achteneenhalf jaar hier. Haar man werkte voor een hoge Georgische instantie en werd naar een instabiele regio gestuurd. Lolita zag hem nooit meer terug. Toen na de verdwijning van

haar man op gewelddadige wijze huiszoeking werd gedaan bij Lolita vluchtte ze in paniek naar Nederland. “Toen had ik mijn paspoort en papieren nog. Maar in Nederland werd mijn tas met alles erin gestolen. Ik heb aangifte gedaan. Maar zonder die documenten lukt het niet om een verblijfsvergunning te krijgen.”

 

Sinds 2005 is Lolita illegaal. Het lukte haar om een kamer te vinden, die ze bekostigde met allerlei klussen. “Strijken, koken, oppassen … Ik laat graag mijn handen wapperen en wil zoveel mogelijk voor mezelf zorgen.” Maar op de dag van het interview krijgt Lolita slecht nieuws. De huisbaas zet haar op straat. Als illegaal kan ze hier niets tegen doen. “Ik weet niet waar ik heen moet”, zegt ze in tranen. De steun van Prime betekent veel voor haar. “Ahmed en de anderen hebben zoveel voor me gedaan. Ze hebben me eten gegeven, een tandarts geregeld, een advocaat voor me gevonden. Ik kan hier altijd terecht.”

 

Elke dag hoor je hier de vreselijste verhalen

Lolita is in een soort niemandsland terechtgekomen. In Nederland mag ze niet blijven. Maar Georgië komt ze zonder papieren ook niet meer in. Prime en haar advocaat gaan nog een

poging doen om haar zaak te redden. Terugkeer naar Georgië maakt haar nog steeds erg bang. “Ik wil dolgraag hier blijven”, zegt ze, terwijl ze een sigaretje opsteekt. “Ik heb zelf Nederlands geleerd. Ik wil geen uitkering. Ik wil een bijdrage leveren aan de maatschappij. Ik doe zo mijn best …” Ze lacht: “Ik beloof: als ik een verblijfsvergunning krijg, dan stop ik met roken.”

 

Geef een reactie