28 - 12 - 2006

 

 

 

Illegaal –  als zelfs de politie je niet wil

Illegaal – het pardon is zijn laatste hoop

1997 ontvluchte hij samen met zijn broer Iran. Na een negatieve beslissing op hun asielaanvraag zijn ze in juni 2002 geboeid onder begeleiding van vier agenten teruggebracht naar Teheran. Na drie uur in een verhoorkamertje, werd Emad Zaredoust (38) de toegang tot het land geweigerd. Zijn broer Kamal is wel binnen gelaten en zit sindsdien vast. Emad kwam een dag later met de agenten weer op Schiphol aan. Met de politieauto is hij naar de gevangenis in Leeuwarden vervoerd. Tien dagen later stond hij weer buiten. ´Jij bent geen crimineel. Je kunt gaan. Je bent nu illegaal.´ ´Wat moet ik doen?´ Het antwoord blijven ze hem schuldig.

‘Mijn broer Kamal is na onze aankomst in Teheran direct opgepakt. Sinds vier jaar hebben wij niets meer van hem gehoord. Mijn ouders hebben nog wel naar hem gezocht. Maar de politie wil niet meer kwijt dan dat hij in de gevangenis zit. De geheime politie geeft niets prijs. We weten geeneens waar hij vastzit. Het is gevaarlijk te blijven doorvragen. Dan loop je zelf gevaar.’

Geen papieren, geen inkomen, geen dak boven het hoofd, geen toekomst. Sinds vierenhalf jaar leidt hij een zwervend bestaan van een dakloze. Zijn lot is nog erger dan dat van een dakloze. Er staan geen hulpverleners klaar om hem overeind te helpen. Graag zou hij een bestaan opbouwen, willen werken. Maar zonder papieren en verblijfsvergunning blijft hij voorgoed een rechteloze. Terug kan hij niet.

‘Ik ging terug naar Heerenveen. Daar had ik vijf jaar in het AZC gezeten. Gelukkig heb ik veel vrienden, ook Nederlandse gezinnen, waar ik wel eens een nachtje kan slapen of uitgenodigd word voor een maaltijd. Soms krijg ik wat geld, of ik help iemand in de tuin. Een jaar na mijn terugkomst ben ik nog eens opgepakt door de politie in Heerenveen. Ik heb natuurlijk geen papieren. Maar ik ben daar bekend. Even checken van mijn gegevens lieten ze mij weer gaan: ´Je bent niet crimineel. Je mag weer gaan.´

‘Wat moet ik doen? Ik kan niet terug en hier ben ik illegaal. Ik heb geen papieren, mag niet werken. Ik heb geen zorgverzekering. Ik heb geen enkele toekomst. Het is moeilijk om erover te praten. Maar ik ben het moe. Ik kan niet rustig worden. Altijd in onzekerheid, altijd in stress. Dit is geen leven. Ik denk soms: ´Dieren hebben in Nederland een rustiger leven dan ik. Mijn enige hoop is, dat het general pardon straks komt.´ Daarom heb ik mij door een vriend laten overhalen mijn verhaal te vertellen.

Zijn vriend maakt zich ernstig zorgen om hem. ‘Ik heb hem jaren geleden op het AZC in Heerenveen ontmoet. Hij is zo verandert. Hij is erg afgevallen. Toen was hij nog een stevige kerel. Ik help hem waar ik kan. Maar dat is niet genoeg. Hij is ziek van angst en stress. Hij heeft echt hulp nodig. Maar voor een illegaal is er geen hulp.’

 ‘Dat de IND geen tweede poging gedaan heeft hem uit te zetten, maakt zijn zaak sterker. Kennelijk waren er toch ‘milderende omstandigheden’ of twijfels, is het commentaar van Jan Paul van den Brink, destijds als vluchtelingenwerker betrokken bij de zaak. Emad was de eerste van het zogenaamde ‘Pilot Iran’ die geweigerd werd en terug gestuurd is.

Uitgezette asielaanvrager gevangen zonder duidelijke reden

In het kader van de Pilot Iran zijn Emad Zaredoust (38) en zijn broer Kamal in 2002 teruggebracht naar Teheran. Na drie uur in een verhoorkamertje, is Emad de toegang tot het land geweigerd. Zijn broer Kamal is wel binnen gelaten. Sinds vier jaar is er geen levensteken meer van hem vernomen. Het enige wat zijn broer en ouders konden uitvinden is dat hij gevangen zit. De Iranse politie weigert iedere verdere informatie over het waar en waarom.

Waarborg veiligheid
Minister Verdonk beantwoorde kamervragen betreffende de ‘Pilot Iran’ met ‘In het geval van afgewezen asielzoekers is reeds bij de behandeling van het asielverzoek geoordeeld dat terugkeer naar Iran verantwoord is. De asielprocedure bevat hiertoe voldoende waarborgen.’ Vreemd is dat over zijn broer Kamal volledig onbekend is, waar en waarom hij gevangengezet is. Illegalen en vluchtelingen worden kennelijk volledig aan hun lot overgelaten. Zelfs voor criminelen gelden uitleveringsverdragen, die inhouden dat de uitlevering aan strenge voorwaarden moet voldoen.

Betrouwbaarheid ambtsberichten
Volgens ons rechtsysteem moeten daarvoor een geldige reden geven worden. Nederland moet daarover openheid vragen, zoals aanklacht, rechterlijke uitspraak, de aard van de straf en waar iemand vastgehouden wordt. Veel landen weigeren deze openheid. Het verwaarlozen van deze informatie en het niet monitoren van teruggestuurde opgepakte asielzoekers leidt tot onterecht ‘positieve’, geruststellende ambtsberichten. Deze ambtsberichten zijn vervolgens de basis, waarop geoordeeld wordt of een asielaanvrager veilig uitgezet kan worden.

Willekeurigheid
Via de Stichting Prime heeft Emad geprobeerd het lot van zijn broer te achterhalen. De stichting heeft een directe aanpak met onder andere directe contacten in Iran. Haar onderzoek leverde niets op. Ahmed Pouri licht de situatie toe:’De terugkomers zijn een gemakkelijke prooi voor de regering. Zo kan iemand gedwongen worden op TV regeringspropaganda te verkondigen. Als je niet meewerkt krijg je in dit puur willekeurige systeem grote problemen.’ Als voorbeeld noemt hij de internationale affaire van een aantal schrijvers en intellectuelen die op uitnodiging meewerkten aan een lezing in Berlijn. Bij terugkomst werden ze van alles en nog wat beschuldigd. Een ervan is tot vijf jaar gevangenis veroordeeld.

Appels en peren
Zorgelijk acht Pouri de manipulatie van de IND en Verdonk met de statistieken. Verdonk pocht ermee, dat ze meer positieve beslissingen genomen heeft dan haar voorgangers. Maar wat is een positieve beslissing? Dat kan de beslissing zijn dat iemand tot de asielprocedure toegelaten wordt. Dat kan een beslissing zijn dat iemand een maand mag blijven. Na verloop van tijd is dus weer een positieve beslissing nodig of je moet het land verlaten. Nederland al kent al jaren de minste A-statussen toe van allen Westerse landen. Gemiddeld krijgen 20% een definitieve status als politiek vluchteling. Nederland erkende in tussen 2000-2003 tussen de 0.55% tot 2 % als echte politieke vluchteling met een A-status. ‘Gelooft Verdonk dat alle leugenaars in Nederland asiel vragen?’, vraagt Pouri zich af.
Zo melde Verdonk over het jaar 2003 70% positieve beslissingen. Het ging toen om grote aantallen Irakezen, die een tijdelijke status voor een jaar kregen. Het zelfde geldt voor de Afghanen in 2001. Terwijl onze buurlanden 70-80% politiek vluchtelingenstatus verleende. Verleende Nederland 2%, maar maakte internationaal wel goede sier met 68% positieve beslissingen voor een tijdelijke status. Over het aantal statussen die na verloop van tijd weer ingetrokken worden wordt er geen melding gemaakt. Die 68% staan na drie jaar weer op straat. Zo levert Nederland voor de UN steevast gemengde cijfers aan van positieve beslissingen en mensen met A-status die een misleidend beeld geven.
Een zelfde soort gegoochel met cijfers gebeurt met het aantal asielaanvragen. Van de 9800 dossiers die Verdonk in 2004 aan de Kamer meldt zijn er 45% herhaalde aanvragen. Nog een keer 3400 vallen eveneens daaronder voor aanvragers, die na een buitenlandsuitstapje terug gestuurd zijn naar Nederland voor hun asielverzoek. Blijven feitelijk maar 2000 nieuwe aanvragen over.
Het is een elementaire taak van de IND de Tweede Kamer van betrouwbare statistieken te voorzien. Iedereen zou met drie klikken toegang moeten hebben tot eerlijke en betrouwbare informatie. Op haar website (www.prime95.nl) publiceert de Stichting de gecorrigeerde cijfers en vergelijkt de westerse landen over het aantal toegekende A-statussen en de nieuwe aanvragen.
In 2003 heeft Nederland 393 echte vluchtelingen erkend. In België en Zwitserland, landen van de zelfde grootte, waren dat 1201 en 1638. Vier en vijf keer zoveel. In procenten liet Nederland 2% toe. Oostenrijk en de VS erkenden ruim 29% en voor België was dat 23%.
‘Gelooft Verdonk echt dat alle leugenaars in Nederland asiel aanvragen?’ vraagt Pouri zich af. Wij willen af van deze beeldvorming. PRIME wil stigmatisering van vluchtelingen voorkomen en zet zich in voor een gezonde maatschappij zonder marginalisering van minderheden.


‘In het Nederlandse vluchtelingenbeleid heersen op dit moment drie leugens’, stelt Pouri.

Ten eerste streng maar rechtvaardig. Van rechtvaardigheid komt niets terecht. ‘Ik kom hier honderden vrouwen tegen, die in hun land verkracht en misbruikt zijn. Dat is zo een schande daar durven ze niet mee naar buiten te komen, als ze hier komen. Ze gaan zonder medeweten van hun man naar de doktor of naar een therapeut. Wanneer ze er wel mee naar buiten komen worden ze dubbel gestraft. Vaak worden ze door hun man verstoten. In de asielprocedure wordt het van tafel geveegd met, dat had je meteen moeten vertellen. Je hebt je kans gemist.
Streng niet rechtvaardig.

Ten tweede de zorgvuldigheid. De zorgvuldigheid vereist een zorgvuldige individuele toetsing maar ook interactief beleid. Een eerlijk rechtssysteem moet continu gemonitoord en bijgestuurd worden wanneer onbedoelde neveneffecten optreden. De overheid dient haar verantwoordelijkheid te nemen. Dat gebeurt niet als uitgeprocedeerden niet terug kunnen. Ze worden als illegalen op straat gedumpt. Mensen op straat zetten is een schending van de conventie van Geneve. De Nederlandse gemeenten komen inmiddels in verzet tegen het afschuiven van verantwoordelijkheid door het rijk, door de rekening van hun humanitaire noodopvang aan het rijk te presenteren.

Ten derde de individuele toetsing van ieder asielverzoek. Het sterkste voorbeeld is de categoriale afwijzing van 4111 asielaanvragers uit Angola in 2001. Bij die groep was geen enkele positieve beslissing ten behoeve van het afschrikbeleid. Met een categoriale afwijzing schend je het recht op individuele toetsing. 
‘Als je die regels alleen maar mechanisch toepast en helemaal abstraheert van wat in het concrete geval rechtvaardig en zorgvuldig is, dan creëer je onrechtvaardigheden.’, was de stelling van hoogleraar rechtskunde Dorien Pessers bij Paul Witteman. Na de wet-is-wet-moraal van Hitler-Duitsland zijn we af van het wetspositivisme. ‘Dat betekent dat het recht alleen mag worden begrepen, verklaard en toegepast vanuit de fundamentele rechtsbeginselen, waarvan het beschermen van de mensenrechten het eerste beginsel is.’, zegt Pessers. ‘Wetstoepassing moet altijd gebeuren met het oog op redelijkheid, billijkheid, zorgvuldigheid, evenwicht en proportionaliteit. Nooit meer met die kadaverdiscipline van: Wet is wet, Befehl is Befehl.’

Heerenveense Courant en de Zuid-Friesland
Ursi Frehner

 

 

 
  Home