15 september 2006

 

 

 

Aftellen tot het Pardon ... Waarom ?

8 vragen en antwoorden

 

1.  Wie vallen onder het Pardon ?
Het Pardon is bedoeld om een oplossing te vinden voor de mensen die onder de oude vreemdelingenwet in Nederland asiel gevraagd hebben (dus voor 1 april 2001), en nog geen verblijfsstatus hebben .

 2.  Waarom deze groep ?
In de jaren 1997 - 2001 vroegen jaarlijks ongeveer 40.000 mensen asiel aan. De IND was op dergelijke aantallen niet toegerust, met als gevolg dat asielprocedures jaren duurden. Doordat voorrang gegeven werd aan de nieuwe zaken, bleven die van de ‘oudewetters’ jaren liggen. Daar komt bij dat mensen uit oorlogslanden tijdelijk een verblijfsvergunning kregen, die werd ingetrokken toen de oorlog voorbij was. Pas daarna werd naar het individuele vluchtverhaal gekeken, waardoor de procedures voor deze groep lang hebben geduurd: ook deze groep is natuurlijk al die tijd in Nederland gebleven .
Ook al waren mensen uitgeprocedeerd, dan nog bleven velen van hen in asielzoekerscentra wonen omdat ze geen alternatief hadden .
Verder blijkt dat daadwerkelijke terugkeer voor veel mensen moeilijk is: soms worden niet alle gezinsleden in hetzelfde land toegelaten, en vaak werkt de ambassade niet mee met het verstrekken van reisdocumenten .
Het was natuurlijk nooit de bedoeling dat mensen zo lang in die centra zouden verblijven, of dat kinderen er zouden opgroeien. Velen zijn gebroken, psychisch en lichamelijk, door het jarenlang gedwongen nietsdoen en door de niet aflatende onzekerheid .

Na 5 jaar verblijf is het niet meer te verwachten dat mensen teruggaan. Ze hebben hier hun leven opgebouwd, zijn naar school gegaan, hebben de taal geleerd en hebben vrienden gemaakt. Ook het gezinsleven is hier (verder) ontwikkeld: kinderen zijn hier naar school gegaan, er zijn huwelijken gesloten en kinderen geboren. Ook al worden deze mensen afgewezen, velen van hen zullen hier legaal of illegaal blijven .

 

3.  Zijn deze mensen allemaal illegaal ?
Een deel van deze mensen zit nog in een asielprocedure, anderen hebben inmiddels andere aanvragen ingediend die ze in Nederland mogen afwachten (aanvragen voor een reguliere verblijfsvergunning op medische gronden, of vanwege schrijnende situatie, of aanvraag buitenschuld-vergunning), anderen zijn helemaal uitgeprocedeerd .
Een groot deel van deze mensen woont nog in een asielzoekerscentrum, anderen wonen in een (gemeentelijke) noodopvang, bij vrienden en kennissen, of zelfstandig .

Het grootste deel van deze groep mensen is ‘rechtmatig in Nederland’ en is dus niet illegaal. Velen van hen wonen ook nog in een azc          

 

4.   Wat doet de regering ?
In juli 2004 heeft de minister een vertrekcentrum in Ter Apel ingericht, om het vertrek van uitgeprocedeerde asielzoekers te faciliteren. In het vertrekcentrum zouden mensen nog 2 of 3 maanden kunnen blijven, en ondersteund worden bij het verkrijgen van de nodige papieren .
Bij schrijnende situaties is beloofd dat zij nog een verblijfsvergunning ‘conform beschikking minister’ kunnen krijgen. En als zij werkelijk buiten hun schuld niet kunnen vertrekken, is beloofd dat zij een zogenaamde ‘buitenschuld-status’ zouden krijgen .
Als mensen na het verblijf in het Vertrekcentrum nog niet uit Nederland vertrokken zijn, kunnen ze ook in vreemdelingenbewaring genomen worden. Daarmee hoopt de minister hen te dwingen terug te keren .

Asielzoekers voelen zich in het vertrekcentrum geïntimideerd in plaats van ondersteund bij hun terugkeer. Zij houden hun verblijf daar met moeite vol. Dat blijkt ook uit de cijfers :
In de zomer van 2006 bleken van de in totaal 698 personen die naar de vertrekcentra waren ‘gestuurd’, in totaal slechts 174 personen (25%) te zijn vertrokken. Verder werd 30% in vreemdelingenbewaring gesteld en 10% op straat gezet. Slechts 21 personen kwamen in aanmerking voor een status. De rest vertrok ‘met onbekende bestemming ’.
Ook vreemdelingenbewaring leidt meestal niet tot vertrek: van alle mensen in vreemdelingenbewaring genomen worden, gaat maar 1/3 deel daadwerkelijk terug .

Gezien de cijfers heeft het vertrekcentrum geen substantiele bijdrage geleverd aan het vertrek van deze groep mensen .

 

5.  Om hoeveel mensen gaat het eigenlijk ?
In februari 2004 noemde minister Verdonk het aantal van 26.000 mensen die onder de oude wet asiel hadden gevraagd en nog in Nederland zijn. Deze 26.000 waren op dat moment bijna allemaal nog in afwachting op een beslissing op hun aanvraag .
Van de oorspronkelijke 26.000 zijn op 6 april 2006 18.500 dossiers verwerkt, waarvan :
8.100 vergunningen verleend, waarvan 714 mensen op grond van schrijnendheid
3.000 mensen vrijwillig vertrokken  
1.000 mensen gedwongen vertrokken
6.400 mensen Met Onbekende Bestemming vertrokken .
Op 21 juni meldde de minister dat van de oorspronkelijke 26.000 dossiers 19.800 dossiers verwerkt zijn .

Inmiddels is het aantal van 26.000 achterhaald: minister Verdonk spreekt zelf van 32.000 mensen en VluchtelingenWerk spreekt zelfs van 41.000 mensen .
De toename is veroorzaakt  doordat
- er kinderen geboren zijn, en mensen vanuit de noodopvang zich aangemeld hebben (2700 mensen) ;
- mensen nieuwe aanvragen indienen nadat ze uitgeprocedeerd zijn (1700 mensen ).
- de groep ex-AMA’s (Alleenstaande Minderjarige Asielzoekers, die inmiddels ouder dan 18 zijn) waarvan het leefgeld wordt ingetrokken is eraan toegevoegd moet worden (2.400 mensen) ;
- de verblijfsvergunningen van veel mensen uit voormalige oorlogslanden (Afghanistan, Irak, Sierra Leone) worden ingetrokken, waardoor zij nu ook onder de doelgroep vallen .
Van de door de minister genoemde 32.000 dossiers zouden in juli 2006 22.000 dossiers afgehandeld zijn .

Er zijn naar verwachting nog 10.000 dossiers die niet behandeld zijn. Van de wel behandelde 22.000 dossiers is ongeveer 1/3 deel Met Onbekende Bestemming vertrokken, dat zijn 7.000 dossiers, waarvan velen nog in Nederland verblijven. Op grond daarvan schatten wij dat maximaal 20.000 mensen in aanmerking komen voor het Pardon .

 

6.   Wat zijn de effecten van een Pardon ?
Het pardon zou een einde maken aan de voor veel mensen al jaren durende lijdensweg langs procedures, instanties en opvangplaatsen. Voor diegenen die al uit de asielzoekerscentra zijn gezet, maakt een Pardon ook een einde aan het schemerbestaan, waarin (vaak samen met landgenoten en hulpverleners) voortdurend geschipperd moet worden om aan geld en woonruimte te komen .

Omdat het aantal ‘af te handelen mensen’ steeds toeneemt, zal het naar verwachting nog jaren duren voor de hele groep is afgehandeld. Een Pardon zou de Nederlandse samenleving daarom ook veel werk besparen .

Een Pardon zou mensen, die al jarenlang in Nederland zijn en hun leven hier hebben opgebouwd, een kans geven eindelijk werkelijk in Nederland te participeren. Met name hun kinderen, die in Nederland naar school gegaan zijn, zullen een bijdrage aan onze samenleving kunnen leveren .

Als het criterium van het Pardon is: mensen die voor 2001 asiel hebben gevraagd en hier nog zijn, dan kan het Pardon vanzelfsprekend geen aanzuigende werking hebben .

Kortom: het Pardon laat een afgebakende groep mensen die hier al jarenlang wonen en ingeburgerd zijn, eindelijk participeren en maakt een einde aan alle juridische procedures over hun verblijfsrecht .

 

7.   Bieden we valse hoop ?
De mensen waar het om gaat, hebben al jarenlang in Nederland geleefd, hebben procedures gevoerd die soms gewonnen, en vaak verloren zijn, en zijn hier toch gebleven. Degenen die uitgeprocedeerd raakten, zijn nieuwe procedures begonnen omdat terugkeer om allerlei redenen voor hen geen optie was. Anderen zijn hier nog omdat zij al die tijd gedoogd zijn .

Door hen een verblijfsvergunning te geven bieden we geen valse hoop, maar doen we recht aan mensen die inmiddels deel van de Nederlandse samenleving zijn geworden .

 

  1.  Wat is de kritiek van mensenrechtenorganisaties en beleidsmakers op het terugkeerbeleid voor oudewetters op nationaal en internationaal niveau ?

 

Op het terugkeerbeleid voor de oudewetters is veel kritiek gekomen. Toen de minister haar voornemens bekend maakte, reageerde Human Rights Watch met een brief, waarin de organisatie haar zorgen uitsprak, onder meer vanwege het gevaar dat mensen teruggestuurd zouden worden naar landen waar ze gevaar liepen .
Gemeenten klagen al jarenlang over het beleid, dat ertoe leidt dat mensen zonder voorzieningen op straat belanden. Tal van gemeenteraden, waaronder die van Wageningen, namen een motie aan, waarin de regering werd opgeroepen een pardon voor de oudewetters af te kondigen.  De effecten van het uitzettingsbeleid voor de gemeenten zijn in het rapport De Rekening (2005) op een rijtje gezet. In juni 2006 namen vrijwel alle leden van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten een motie aan waarin het bestuur van de vereniging werd opgeroepen om te ijveren in Den Haag voor een pardon voor alle oude wetters .
Het kinderrechtencollectief schreef een rapport over de onacceptabele gevolgen van het beleid voor kinderen. Dit leidde ertoe dat de VN-Comité voor de Rechten van het Kind Nederland kapittelde wegens schending van de rechten van het kind in het vreemdelingenbeleid .
In 2006 nam de Raad van Europa – het Europese orgaan dat toeziet op de naleving van de mensenrechten – een resolutie aan, waarin werd aangedrongen op wijziging van het beleid, dat volgens de Raad in strijd is met mensenrechtenverdragen en het kinderrechtenverdrag. De Raad dringt aan op een in de wet geregelde procedure die verblijfsrecht geeft aan mensen die inmiddels geworteld zijn in de Nederlandse samenleving. Kinderen die in Nederland geboren zijn op opgegroeid, zouden niet tot terugkeer mogen worden gedwongen. De duur van het verblijf in Nederland moet in elk geval worden meegewogen, stelt de Raad, bij de beoordeling van iemands verzoek om in Nederland te mogen blijven. Net als Human Rights Watch, is de Raad ook bezorgd vanwege de mogelijkheid dat mensen worden teruggestuurd naar onveilige landen. De huidige regering lijkt niet van plan iets met de aanbevelingen van de Raad van Europa te doen .
De rapporteur van de Raad van Europa kwam eind maart naar Nederland, en uitte haar ongenoegen over het feit dat Nederland niets met de aanbevelingen heeft gedaan. Nederland blijft de mensenrechten en kinderrechten schenden in het asielbeleid. Zij stelt onder meer dat minister Verdonk 'de zaken zo verdraait dat ze haar het beste van pas komen' (de Volkskrant, 28 maart 2006).

En in Utrecht
Gaat het naar verwachting om een paar honderd mensen die in het AZC wonen, plus enkele tientallen die bekend zijn bij hulporganisaties zoals VluchtelingenWerk, de Noodopvang, het ex-AMA-project Perspectief, STIL, Buro Sociaal-Juridische Dienstverlening aan Buitenlanders, en vele particulieren .

 

 
  Home