21 - 12 -2005

 

 

 

 

INHOUD

A. WREDE EN ONMENSELIJKE BEHANDELING VAN DE ZIJDE VAN MINIS­TER VAN JUSTITIE DONNER EN MINISTER VOOR VREEMDELINGENZA­KEN VERDONK JEGENS DE SLACHTOFFERS EN OVERLEVENDEN VOOR EN TIJDENS DE RAMP

1. Iedere menselijkheid zoek

2. Dood door schuld als een functie van wrede en onmen­selij­ke behandeling

3 . Het onderwerpen van onschuldige mensen aan een zwaa­rder detentieregime dan gewone criminelen

4. Op kosten van de veiligheid zo goedkoop mogelijke opsluiting

5. Opzettelijk en strafbaar verzuim ten aanzien van de brandveiligheid

6. Opzettelijk in permanent levensgevaar brengen als gevolg van levensbedreigende bouwtechnische gebreken als functie van een wrede en onmenselijke behande­ling

7. Goedkope bouwtechnieken, opzettelijke onderbezet­ting en het laten optreden van onvoldoende gekwali­ficeerd personeel ten koste van de veiligheid

8. Opzettelijke verwaarlozing ten aanzien van rampen­preventie en rampenbestrijding

9. Verdere evidente bewijzen van opzettelijk in levens­gevaar brengen van de opgeslotenen in Schiphol-Oost

10. Moedwillige afsluiting van nooddeuren en nooduitgan­gen om ontsnapping van onschuldigen te voorkomen als functie van een wrede en onmenselijke behandeling

11. Het opzettelijk in levensgevaar brengen van mensen door het afzien van een centraal deuront­grendelings­systeem om mogelijke ontsnappingen van onschuldigen te voorkomen

12. Het opzettelijk langer ingesloten houden van on­schuldige mensen in hun cellen bij de brand teneinde ontsnappingen te voorkomen

13. Het boeien en onder schot houden van uiteindelijk uitgesloten onschuldige mensen en het aldus ook opzettelijk verhinderen dat zij anderen te hulp snel­len

14. Falend optreden bij het uitbreken van de brand

15. Gebrek aan onmiddellijke aktie bij ontdekking van de brand

16. Inadequaat handelen na het openen van de eerste deuren op de K-vleugel - tegenwerking van een aantal personeelsleden bij pogingen van gedetineerden om hun medegevangen het leven te redden

17. Moedig optreden van een enkel personeelslid van Securicor

18. Arrestatie van een vreselijk verbrand en zwaar ge­wond mens om de schuldvraag af te leiden

19. Het tot uitdrukking brengen van tevredenheid over het optreden van het personeel als impiciete bood­schap dat illegalen niet met voor norma­le mensen geldende maatstaven beoordeeld dienen te worden

20. Opzet bij dood door schuld en medeplichtigheid aan zwaar lichamelijk letsel van minister van Justitie Donner en minis­ter van Vreem­delingenzaken Verdonk bewezen door hun vervolg­handeling van het hernieuwd insluiten van de overlevenden in brandgevaarlijke detentie-complexen

21. Ontmenselijking van illegalen getoonzet door minis­ter van Justitie Donner en minister voor Vreemdelin­genzaken Verdonk

WREDE EN ONMENSELIJKE BEHANDELING VAN DE ZIJDE VAN MINISTER VAN JUSTITIE DONNER EN MINISTER VOOR VREEMDELINGENZAKEN VER­DONK JEGENS DE SLACHTOFFERS EN OVERLEVENDEN NA DE RAMP

22. Opzettelijk werd cellen van de slachtoffers van de ramp in de rampnacht langer gesloten gehouden om ontsnappingen te voorkomen; een recapitulatie

23. Opzettelijk werden slachtoffers van de ramp in de rampnacht geboeid en onder schot gehouden om ont­snappingen te voorkomen; een recapitulatie

24. Opzettelijk werden de paar overlevenden die in de rampnacht in paniek ontkwamen voorgesteld als ge­vaarlijke criminelen op wie een klopjacht werd inge­steld; een recapitulatie

25. Wreed en onmenselijk optreden jegens getraumatiseer­de slachtoffers van de ramp - impliciete en kille drei­ging dat herhaling niet is uitgesloten en dat ook niet alles in het werk zal worden gesteld om herhaling te voorkomen

26. Het optreden van minister van Justitie Donner en minister voor Vreemdelingenzaken Verdonk jegens de slachtof­fers en overlevenden na de ramp: voortzet­ting van een wrede en onmen­selijke behandeling

27. Verdere opsluiting van de slachtoffers en overleven­den van de ramp onder detentie-omstandigheden die niet voldoen aan de internationale maatstaven

28. Onderwerping aan onbegrensde vrijheidsontneming, behoudens door der­den geinitiëerd rechterlijk in­grijpen

29. Onderwerping aan discriminatoire detentie-om­standig­heden

30. Ontzegging van alle middelen van bestaan in strijd met de fundamentele mensenrechten bij ontslag uit detentie

31. Opzettelijke voortzetting van de detentie van de slachtoffers ondanks de extra psychische kwelling die dit betekent

32. Alles gericht op een snelle verwijdering van de getraumati­seer­de slachtoffers uit Nederland - de malicieuze oog­merken hiervoor

33. De opzet om de overlevenden in detentie te kunnen houden als drijfveer om aan te kondigen dat de uit­zettingen worden voortgezet

34. De opzet om schadeclaims de pas af ter snijden door de slachtoffers zo snel mogelijk af te voeren

35. De opzet om de Kamer-motie omtrent een grondig me­disch en psychiatrisch onderzoek onder de slachtof­fers te ontkrachten

36. De opzet om verdere onrust over de brand en de slac­htoffers zo snel mogelijk zoveel mogelijk de kop in te drukken

37. Voortgezette detentie van de overlevenden in deten­tie-centra die eveneens brandgevaarlijk zijn - over­levenden terug gedeporteerd naar Schiphol-Oost waar de geur van verbrand mensenvlees nog hangt

38. Overplaatsing naar slechtere detentie-condities in nog overvollere complexen - angst voor hernieuwde brand bij de geshockte en getraumatiseerde overle­venden

39. Overplaatsing naar strafcellen van psychisch aange­taste en getraumatiseerde overlevenden

40. Geen sprake van een uitzonderingspositie voor wat betreft het regime van detentie-kampen waarnaar de overlevenden zijn gedeporteerd

41. Onthouding van systematische en gestructureerde nazorg en psychische hulpverlening aan de slachtof­fers

42. Getraumatiseerde en geshockeerde overlevenden van de ramp onderworpen aan het tegendeel van een opvang in een omgeving van veiligheid, erkenning, vertrouwd­heid en sociale en materiële ondersteuning

43. Ernstige psychische schade en het ontwikkelen van een post-traumatische stress-stoornis een imminente drei­ging voor overlevenden als gevolg van de aan hen opgedrongen afschuwe­lijke detentie-om­standighe­den­

44. Anti-Folter Comité: het opleggen van langdurige detentie kan, bij ern­stige getraumatiseerdheid, het karakter aannemen een wrede of onmenselijke behande­ling in de zin van het Anti-Folterverdrag

45. Elke uitvoering van onderzoek naar de trauma­tische ervaringen onder de overlevenden volgens door Amnes­ty International benadrukte wetenschap­pelijke stan­daards is volstrekt achterwege gelaten - Istanbul Protocol

46. De motie-Lambrechts, als oproep tot het doen van zorgvuldig onderzoek ten aanzien van iedere overle­vende, opzettelijk beperkt geinterpreteerd door de ministers Donner en Verdonk

47. Het dumpen van ieder vorm van medische zorg bij het dumpen van overlevenden op straat

48. Schijn-manoeuvres van de ministers Donner en Verdonk met betrekking tot inzicht in de medische toestand van de overle­venden

49. De door de ministers Donner en Verdonk voorgespie­gel­de minieme en ondermaatse opvang en zorg.

50. Zelfs de minieme en ondermaatse zorg en opvang die de minis­ters Donner en Verdonk stelden voor de sla­cht­of­fers en overle­venden van de ramp georga­ni­seerd te hebben werd door hen niet geleverd

51. Verdere deplorabele detentie-omstandigheden voor de slachtoffers van de ramp op de detentieboot 'Reno'

52. Het totaal achtewege laten van enige structurele me­disch-fysieke zorg ten aanzien van de slachtoffers van de ramp door de ministers Donner en Verdonk

53. Het falen van individuele medisch-fysieke zorg voor de slachtoffers, zoals deze door de ministers Donner en Verdonk is georganiseerd

55. Verdere mensonterende aspecten van opvang en bejege­ning van de slachtoffers en de overlevenden

56. Dagenlange onduidelijkheid over de identiteit van de slachtoffers en de verblijfplaatsen van de over­le­venden

57. Dagenlange beletselen in de contacten tussen advo­caten en overlevenden

58. De ministers Donner en Verdonk brengen hiertegem 'de eigen verantwoordelijkheid' van de overlevenden in stelling

59. Bewezen gevallen van het opwerpen van obstakels bij de communicatie van de overlevenden met de buitenwe­reld na de ramp en van het niet verstrekken van tele­foonkaarten aan de over­levenden om contacten met hun familieleden en advocaat te kunnen maken

60. Het onthouden van bezoek-mogelijkheden van familie en vrienden na de ramp

61. Het, dagenlang, niet verstrekken van schone kleren aan de overlevenden

62. Het verdwijnen van geld, persoonlijke eigendommen en bezittingen na de ramp, zonder aanstalte tot compen­satie en genoegdoening van de zijde van de ministers Donner en Verdonk

 

 

 
  Home