13 - 12 - 2005

 

 

 

Gevlucht naar een land dat hem ‘kapot' aan het maken is


In het asielzoekerscentrum in Ulrum woont Momen Nouri uit Afghanistan. Hij overleefde de brand op Schiphol-Oost, maar zijn ‘schuldige ogen' zien nog elke dag de dood.

 

http://www.volkskrant.nl/binnenland/1134367748095.html

De dood laat Momen Nouri niet los, zegt de Amsterdamse psycholoog Jean-Pierre van de Ven. Afgelopen zaterdag sprak hij voor het eerst met deze uit Afghanistan afkomstige overlevende van de Schipholbrand. Uit dat gesprek maakte Van de Ven op dat Nouri suïcidale trekken vertoont. ‘We moeten heel erg met hem oppassen. Hij heeft iets waanachtigs over zich.'

5 van de overlevenden van de brand in verwijder centrum Schiphol- Oost kwamen na hun vrijlating bij elkaar in het kantoor van Stichting PRIME: eerste rij Nouri (Afghaan) ? tweede rij van links naar rechts: Edries Ahmed (Soedanees) ? Ricardo ( Angolees ) ? Benai ( Algerijn) ? Boukhari ( Marokkaan) .

Dat de dood hem in zijn greep houdt, zal Momen Nouri niet ontkennen. Nouri heeft naar eigen zeggen ‘schuldige ogen'. Elke nacht weer komt de dood hem bezoeken. Dan zien Nouri's schuldige ogen de twee brandende mannen die op 27 oktober, net als hij, in de K-vleugel van het detentiecentrum van Schiphol verbleven.

Hijzelf kon ternauwernood aan het vuur ontsnappen, maar door het luikje van een belendende cel zag hij beelden die hem sindsdien dag en nacht als een kwelling achtervolgen.

Nouri neemt het zichzelf kwalijk dat hij niets heeft kunnen betekenen voor de twee brandende mannen, behorend tot de elf dodelijke slachtoffers van de Schipholbrand. ‘Hij ziet die mannen steeds weer. Zij bezoeken hem nu in zijn dromen', zegt Van de Ven. Die nachtelijke bezoeken zijn zijn straf, vindt Nouri.

Dit is het verhaal van een overlevende van de Schipholbrand, een Afghaan van (vermoedelijk) 19 jaar die van hot naar her wordt gesleept, die over geen enkele persoonlijke bezitting beschikt en die niet meer weet wat waar is en wat niet. Een jongeman die onder de medicijnen zit, nog maar amper vijftig kilo weegt en last heeft van achtervolgingswaanzin.

Kamerlid Marijke Vos (GroenLinks) bladert door haar aantekeningen van een bezoek aan de Rotterdamse detentieboot, twee weken na de Schipholbrand. Zij haalt zich haar toenmalige gesprekspartners voor de geest: ‘God, dat is de jongen die de bewaarders in de nacht van de brand heeft gesmeekt hem te helpen om anderen te bevrijden. Die jongen was totaal getraumatiseerd. Met hem was het echt heel, heel erg fout. Je gaat me toch niet vertellen dat hij nog in detentie zit?'

Momen Nouri, voorheen tijdelijk gehuisvest op Schiphol en in Rotterdam, heeft sinds 1 december zijn zoveelste voorlopige onderkomen. In het Groningse dorp Ulrum wacht hij in een asielzoekerscentrum op bericht over een volgende, gedwongen verhuizing. Tot de kerst mag hij in ieder geval in Ulrum blijven. Zijn medische toestand maakt dat hij voorlopig niet wordt uitgezet.

In het asielzoekerscentrum doodt hij de tijd met nietsdoen, behalve tobben. 's Nachts controleert hij of het gas wel is uitgedaan, zegt hij. De onrust straalt van hem af. Zijn geheugen laat hem in de steek maar één ding weet hij zeker: in Nederland heeft hij niks te zoeken. ‘Dit land maakt me kapot.'

Met heel andere gedachten kwam hij ruim drie jaar geleden in Nederland aan. Zonder officiële papieren en zonder familie, zegt zijn toenmalige advocaat Mohassel Zadeh.

Deze in vluchtelingenzaken gespecialiseerde Iraanse kwam met Nouri in contact nadat hij op 6 augustus 2002 asiel had aangevraagd. Al onmiddellijk werd het de advocate duidelijk dat de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) grote twijfels had over Nouri's vluchtverhaal. ‘De IND twijfelde ook over zijn leeftijd. Op allerlei papieren staan verschillende geboortedata.'

Momen Nouri komt uit Jalalabad, in het oosten van Afghanistan, de hoofdstad van de provincie Nangarhar. Bij zijn asielaanvraag zegt hij dat zijn familie in de problemen is gekomen, nadat zijn broer, na de val van het Taliban-regime eind 2001, lijfwacht werd van een hoogwaardigheidsbekleder van het nieuwe regime.

Die functionaris kwam bij een aanslag om het leven en sindsdien vreesden de Nouri's voor hun leven.

‘Mijn vader is vermoord', zegt Nouri en waar zijn broer is gebleven weet hij niet. Hij weet alleen dat zijn moeder in de buurt van Moskou moet wonen. Zelf vluchtte hij via Pakistan, Iran, Bulgarije en Roemenië naar West-Europa. Naar eigen zeggen heeft hij eerst een tijdje in Oostenrijk bij mensen uit Afghanistan gewoond om vervolgens in Nederland asiel aan te vragen.

Advocate Zadeh: ‘Er heeft bij hem nog een leeftijdsonderzoek gespeeld en de IND concludeerde dat niet viel uit te sluiten dat hij toch meerderjarig was. Uiteindelijk is hij toch als een alleenstaande, minderjarige asielzoeker (ama) in de procedure terechtgekomen.'

Als ama belandde Nouri in Vught, waar hij het strenge regime als een straf ervoer. Kort nadat hij op 16 januari 2003 te horen kreeg dat zijn asielverzoek was afgewezen nam hij de benen. ‘Ik heb daarna nog een keer telefonisch contact met hem gehad', zegt de advocate. ‘Hij voelde zich altijd bedreigd, maar bij mij was hij wel op zijn gemak. We spreken dezelfde taal.'

In Luxemburg, Frankrijk en Duitsland heeft Momen Nouri nadien gepoogd een bestaan op te bouwen. Het laatste jaar verbleef hij in Duitsland waar hij samenwoonde met een Russische vrouw. Aan dat verblijf kwam een einde toen de Duitse autoriteiten zijn illegale status vaststelden. Ingevolge het Dublin-verdrag werd hij uitgezet naar het land waar hij het eerst asiel had aangevraagd, Nederland.

Zo trof de Heerlense advocaat Crutzen de asielzoeker Nouri in het huis van bewaring van Tilburg aan. Voordat deze advocaat ook maar enig contact met zijn cliënt kon hebben, bleek de Afghaan al naar het uitzetcentrum van Schiphol te zijn overgebracht. ‘Ik heb alleen maar God', zegt Nouri als hem wordt gevraagd wie hem nog bijstaat. Na de brand belandde hij op een Rotterdamse detentieboot, wachtend op juridische hulp. Sinds kort heeft hij een nieuwe advocaat.

Ondertussen gaat het psychisch steeds slechter met Nouri, zo blijkt uit zijn medisch dossier. Vier dagen na de brand ziet hij voor het eerst een psycholoog. Die spreekt van ‘een acute stress-stoornis met angst en zeer indringende herbeleving.'

Valium, slaapmiddelen, antidepressiva, het is een greep uit de medicatie die hem wordt voorgeschreven. Half november geeft een arts het advies dat Nouri nachtcontrole moet krijgen in verband met suïcidale neigingen. Ook lijdt hij aan incontinentie.

Op 20 november wordt in het medisch dossier voor het eerst gesproken over de vraag of de detentieboot wel een geschikte verblijfplaats is voor iemand met zulke zware stoornissen. Dat deze omgeving niet gepast is voor zwaar getraumatiseerden had de Amsterdamse psycholoog Jean-Pierre van de Ven al eerder vastgesteld. Hij probeerde met Nouri in contact te komen, maar werd niet tot de boot toegelaten.

Van de Ven is gespecialiseerd in het behandelen van mensen met post-traumatische stress. Hij werkte eerder met slachtoffers van de brand in Volendam en met militairen die in Libanon gedetacheerd zijn geweest.

Hij bood op eigen initiatief zijn diensten aan bij de vluchtelingenorganisatie Prime. ‘Ik vond het godgeklaagd dat die overlevenden van de Schipholbrand aan hun lot werden overgelaten', zegt de psycholoog.

Nu, op basis van zijn eerste gesprek met Nouri, zegt Van de Ven dat de Afghaan een brok wantrouwen is. ‘Hij ziet overal vijanden, vooral in autoriteiten. Eigenlijk tot aan hulpverleners aan toe. Zo'n wantrouwen is ook een typische uiting van post-traumatische stress.'

In het asielzoekerscentrum in Ulrum staart Nouri wezenloos voor zich uit. Onophoudelijk beweegt hij zijn voet. Aan de uitzichtloosheid van zijn situatie kan een einde komen zodra zijn moeder in Rusland is opgespoord, vindt hijzelf. Bij de brand raakte hij haar gegevens kwijt.

Dankzij de bemoeienis van particulieren is nu in de Russische hoofdstad een zoektocht naar zijn moeder begonnen. In een blad voor de Afghaanse gemeenschap in Moskou en omgeving is drie weken geleden een advertentie geplaatst met het verzoek om inlichting over haar woon- of verblijfplaats.

Nouri legt een hand op zijn hart en zegt: ‘Ik heb hier een open wond. Hij wordt dieper en dieper en dieper.'

 

 

 
  Home