22 september 2006

 

 

 

‘Alles komt terug en dat is niet goed’

Reportage  Van onze verslaggeefster Sacha Kester
http://www.volkskrant.nl/binnenland/article351297.ece/Alles_komt_terug%2C_en_dat_is_niet_goed

DEN HAAG - ‘Daar, nummer 25, dat was mijn cel.’ Moustafa El Boukhari en Olayinka Fatoba kijken donderdag naar de presentatie van de Onderzoeksraad op tv. Na afloop blijft het lang stil.
Ze zitten doodstil op de bank, met hun handen onder hun kin, en kijken strak naar de televisie. Moustafa El Boukhari (39) knikt als hij de harde conclusies van de Onderzoeksraad hoort en Olayinka Fatoba (30) schudt met zijn hoofd als hij de beelden van een uitgebrande cel ziet. ‘Daar zaten we’, fluistert hij. ‘Daar, nummer 25, dat was mijn cel.’


De twee overlevenden van de Schipholbrand waren ’s morgens naar de vluchtelingenorganisatie Prime in Den Haag gekomen om samen de presentatie van de Onderzoeksraad voor Veiligheid op televisie te zien. Er was echter één probleem: de organisatie had geen tv. ‘Maar ik heb een vriend die hier vlakbij woont’, zei Ahmed Pouri van Prime. ‘En ik heb geregeld dat we bij hem terechtkunnen.’
Als de groep bij die vriend binnenkomt, verdwijnt deze direct naar de keuken om iedereen van thee en koekjes te voorzien. En verse dadels. En bonbons. Maar zodra Pieter van Vollenhoven begint te spreken, blijft het snoepgoed onaangeroerd op de glazen schaal liggen en is alle aandacht op de tv gericht.


Voordat de uitzending begon waren ze al nerveus. ‘Ik weet niet wat ik moet verwachten’, zei El Boukhari. ‘Het conceptrapport was vrij hard, maar je weet niet of ze hun conclusies onder politieke druk hebben afgezwakt. En het is zo belangrijk’, vult Pouri hem aan. ‘Voor deze mensen staat de geloofwaardigheid van de Nederlandse rechtsstaat op het spel.’


Bijna een uur lang blijft het stil op de bank. El Boukhari maakt in het begin nog een paar foto’s met zijn mobieltje, maar legt het ding al snel naast de dadels op tafel. Fatoba verandert tijdens de uitzending wel een paar keer van houding, maar zijn gezicht blijft uitdrukkingsloos.
‘Dit was de eerste keer dat ik mijn cel weer zag’, zegt hij na de presentatie. ‘Alles komt weer boven. En dat is niet goed.’ Hij sluit zijn ogen kort, zucht licht, en kijkt daarna in een leegte. ‘Ik zie het weer voor me, hoe het was die nacht. De hitte. De stank. Het schreeuwen. En ik zie mijn vriend. De vriend die in die nacht in cel nummer 5 is doodgegaan.’


Zo verslagen als Fatoba is, zo opgewonden is Ahmed Pouri. ‘Het is toch niet te geloven dat dit in Nederland kan gebeuren’, zegt hij hoofdschuddend. ‘Alles, maar dan ook alles wat er fout kon gaan, ging fout. De veiligheid van het gebouw, de opleiding van het personeel, de nazorg voor de slachtoffers. En dan een minister Verdonk die het lef had om te zeggen dat er “uiterst adequaat was opgetreden”. En beloofde dat de slachtoffers ‘maximale zorg’ zouden krijgen. Het is schandalig!’
‘De conclusie is duidelijk’, zegt hij later bitter. ‘Het was belangrijker om die mensen vast te houden, dan om ervoor te zorgen dat ze ook veilig waren.’


Dat gevoel heeft El Boukhari ook. ‘We zijn gewoon een stel kakkerlakken die ze wilden opsluiten. En aan een kakkerlak geef je geen centen uit om zijn veiligheid te waarborgen.’

 

 
  Home