06 - 12 - 2005

 

 

Regelen en ritselen

De deur staat altijd open bij Prime, een vluchtelingenorganisatie in Den Haag. Illegalen en asielzoekers vestigen hun hoop op Ahmed Pouri, de drijvende kracht achter de stichting. 'Hier komt alle frustratie eruit.'

Door Kim van Keken

Knetter zijn de klanten van de vluchtelingenorganisatie Prime soms. Totaal doorgedraaid. Zoals de vreemdeling die ervan is overtuigd dat de Iraanse geheime dienst, via zijn tandarts in Nederland, afluisterapparatuur in twee van zijn kiezen heeft geplaatst. Dat zou jaren geleden zijn gebeurd tijdens een doorsneecontrole.

En nu pas, denkt hij, heeft hij alles door. Naar de tandarts gaan en 'de microfoons laten verwijderen' durft hij niet. Want medici, overal ter wereld, werken volgens zijn complottheorie voor de diensten in Iran.

In paniek is hij naar Ahmed Pouri gegaan, de drijvende kracht achter de Prime. Maar de hulpverlener kan niet veel doen. De vreemdeling wil niet naar een tandarts of dokter, laat staan naar een psycholoog. 'Een bevriende dokter heeft me uitgelegd dat je mensen die zo erg denken in complottheorieën, beter niet kunt tegenspreken.'Het advies aan de vreemdeling: trek die tanden dan zelf. 'Dan is hij straks misschien wat minder gek van angst.'

De deur van de stichting Prime, aan de Stationsweg in het centrum van Den Haag, staat altijd open. Letterlijk. Anders zouden de medewerkers gek worden van de deurbel. Tien, soms twintig vreemdelingen per uur bestormen de organisatie. Ze weten al snel de weg. Omhoog, langs het kruis van Jezus, rechtstreeks door naar het zenuwcentrum van Prime, waar ze in elk geval een bak koffie kunnen krijgen.

Zo staat de zolderkamer van de stichting bol van de problemen. Achter elkaar, ook door elkaar heen, vertellen de klanten hun - vaak gruwelijke - levensverhalen. Het is elf uur donderdagochtend, niet eens een dag met bijzonderheden, en de drie vaste medewerkers (twee vrijwilligers en een gesubsidieerde kracht) hebben al een kakofonie van ellende over zich uitgestort gekregen.

Overal zitten of staan ze, opeengepakt in het kleine kamertje, tussen de stapels dossiers van andere vreemdelingen. Er hangt een muffe lucht van verweerd papier, afkomstig van het archief van Prime, dat zich naast directe contacten met vluchtelingen 'in nood' ook bezig houdt met onderzoek, het bespelen van de politiek en het organiseren van demonstraties. Tussen alle paperassen staat een bed, zodat Pouri op drukke dagen 's nachts even bij kan slapen. 'Dat gebeurt vaak.'

Terwijl hij statistieken over asielzoekers bestudeert en praat met de 38-jarige Iraanse Kamran (uitgeprocedeerd, sinds negen jaar in Nederland, studeerde hier geneeskunde), komt een Bosnische vrouw met tranen in haar ogen binnen. Haar dochtertje moet naar het ziekenhuis, maar wie betaalt de rekening? Ze is illegaal en onverzekerd; geld heeft ze niet. Prime heeft nauwelijks geld, maar Pouri probeert iets via een andere club te regelen. Fulltime vrijwilligster Fredy gaat ermee aan de slag.

Vanaf het moment dat de deur van het pand vanmorgen is opengegaan, volgt een jong Koerdisch koppel, met dochter van 2 jaar oud, Pouri op de voet. Het gezin is uitgeprocedeerd en kan nergens terecht. 'De laatste twee nachten hingen ze op het station en in het Zuiderpark.' Het lukte Prime niet iets voor ze te regelen; vandaag zoekt Fredy verder. 'Misschien dat ze een nacht kunnen slapen in de Pauluskerk in Rotterdam.'

Beneden in de gang verdeelt een uitgeprocedeerde asielzoeker die bijna tien jaar in Nederland woont, 48 kratten met voedsel. Suiker, twee zakken wit brood, broccoli, een meloen, rijst en een paar blikken. Daar moeten vele gezinnen het een week mee doen. Ze zijn illegaal of zitten in een tweede of derde asielprocedure, maar hebben geen geen recht op voorzieningen als eten of opvang van de overheid.

Naast de geïmproviseerde voedselbalie, in een apart kamertje, verblijft een Congolees gezin met drie kinderen. Vader leest een boek terwijl de kinderen, inclusief de puber van 14, de verveling tegengaan met een legpuzzel. 'We zijn op straat gezet', zegt Solumu, de vader van het gezin dat nu twaalf jaar in Nederland woont. 'Vannacht mochten ze hier één nacht slapen', zegt Pouri. 'Maar ze moeten weg, dit is een kantoor. Daar mag niemand slapen. Als er iets gebeurt, heeft de stichting een probleem.'

Solumu is uitgeprocedeerd. Na lang onderhandelen met de Congolese ambassade en de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM), die vluchtelingen bijstaat bij hun terugkeer, zijn de paspoorten voor zijn gezin geregeld. Toen besloot minister Verdonk voor Vreemdelingenzaken, onder druk van de Tweede Kamer, afgelopen juni dat Congolese ex-asielzoekers voorlopig niet worden uitgezet.

Reden zijn uitzendingen van het programma Netwerk waaruit zou blijken dat de immigratiediensten in Congo zouden beschikken over vertrouwelijke asielgegevens uit Nederland. Verdonk ontkende herhaaldelijk dat de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) informatie doorspeelt, maar schreef onlangs in een brief aan de Kamer dat ze toch niet kan uitsluiten dat nooit vertrouwelijke asielgegevens naar Congo zijn gestuurd. Een onafhankelijke commissie onderzoekt de zaak en komt binnenkort met conclusies.

Al zou Solumu willen (liever niet, want zijn middelste zoon heeft speciaal onderwijs nodig), hij kan door het politieke gesteggel niet terug. Maar opvang krijgt zijn gezin ook niet. 'Kinderen van vluchtelingen hebben hier minder rechten dan dieren', zegt Solumu in perfect Nederlands. 'Voor katten en honden heb je een asiel, voor kinderen is er niets.'

Zijn oudste zoon knikt. Het Haagse Terra College, waar hij het vmbo volgt, helpt hem met strippenkaarten, boeken en lesgeld. 'Ik zou niet weten wat ik in Congo moet', zegt hij. Terwijl zijn vader best met zijn achternaam in de krant wil, wenst de zoon volstrekte anonimiteit. 'Als leerlingen op school weten dat ik illegaal ben, gaan ze me pesten.'

Voor Pouri zijn het bekende verhalen. 'De Nederlandse bevolking leeft in een illusie', zegt hij. 'De overheid zet Afghanen op straat omdat ze terug naar hun land kunnen. Het zou daar veilig zijn, maar voor het Nederlandse leger is het daar wel gevaarlijk. Wij zien het resultaat van het asielbeleid, de vrouwen die op straat komen en in handen vallen van pooiers.' En dat laatste is maar een van de vele problemen die Pouri tegenkomt.

In 1985 zag het er beter uit voor de vluchteling die naar Nederland kwam, zegt hij. In dat jaar vluchtte Pouri (51) uit Iran. Hij vocht ondergronds tegen het strenge regime van ayatollah Khomeini. 'Mensen uit mijn omgeving verdwenen of werden geëxecuteerd.' Pouri was een uitgenodigde vluchteling. 'Ik werd vanuit Turkije eerste klas hier naartoe gevlogen en met open armen ontvangen.'

Die tijden zijn voorbij, stelt hij bitter vast. Een Iraanse jongen komt binnen met een brief van de IND, een onbegrijpelijk juridisch staaltje werk, zeker voor iemand die maar een beetje Nederlands kan. 'Deze jongen is Iran ook ontvlucht nadat zijn vader was verdwenen.' Pouri vertaalt het IND-document. De asielaanvraag voor de jongen is afgewezen.

Terwijl een aanhoudende stoet vreemdelingen de kamer in- en uitloopt, staat de telefoon roodgloeiend. Een Afghaan belt vanuit een uitzetcentrum en dreigt met zelfmoord. Een Nigeriaan is na weken detentie de gevangenis uitgezet; het lukt de IND niet zijn terugkeer te regelen en nu staat hij op straat zonder geld. 'Ik kan je nu niet ophalen, maar ik probeer iets te regelen', roept Pouri.

Vrijwilligster Fredy komt stralend de kamer binnen. Die heeft ook iets kunnen ritselen, voor het dakloze gezin. De Koerdische man, die met zijn vrouw en dochter op straat gezet, kijkt haar met grote ogen aan. Helaas heeft Fredy alleen onderdak voor het gezin uit Congo gevonden. 'Maar we bellen verder.'

Tegen de avond verlaten de Koerden het pand. Het is Prime niet gelukt iets te vinden. De man laat zijn hoofd hangen, maar bedankt toch beleefd voor alle hulp en de koffie.

'Dit is geen opvangcentrum', zegt Pouri. 'We proberen van alles te regelen, maar dat lukt niet altijd. Soms worden de vluchtelingen heel boos. Begrijpelijk. Maanden, jaren wachten zij al wanhopig. Hier komt alle frustratie eruit.' Vaak flippen de vreemdelingen, zegt hij. 'Soms dreigen ze, moet de politie er aan te pas komen om ze uit het pand weg te halen.'

Zeker 70 procent van de tijd is Pouri psycholoog, zegt hij. 'Deze vreemdelingen hebben trauma's, ze wantrouwen alles en iedereen.' Dan gaat de telefoon, opnieuw een vreemdeling die dreigt met zelfmoord. De hulpverlener zucht. 'Waarom heeft Nederland geen begrip voor deze problemen? Waarom houdt de maatschappij bewust de ogen dicht? Dit systeem maakt mensen knettergek.'

 

'Een prettig ongeregeld zooitje'

Prime (Participating Refugees in Multicultural Europe) is tien jaar geleden opgericht met als doelstelling het verbeteren van de situatie van vluchtelingen. Afgelopen tijd kwam de stichting veel in het nieuws door zijn bemoeienis met de Schipholbrand van 27 oktober. Prime heeft veelvuldig contact met de overlevenden van de brand in het cellencomplex, waarbij elf vreemdelingen om het leven kwamen.

De stichting is berucht om zijn, soms onorthodoxe, werkwijze. Zo ondersteunde Prime in 1997 Iraanse ex-asielzoekers die in hongerstaking gingen. De stichting staat achter de verhalen van vreemdelingen zelf en probeert zo snel mogelijk hulp te bieden door advocaten en onderdak te zoeken. Daarnaast doet de stichting zelf onderzoek. Ze beheert ook een project voor verkrachte vluchtelingen, die onderdak geboden krijgen.

Prime heeft twee fulltime vrijwilligers en een betaalde kracht. Daarnaast springen zo'n twintig vrijwilligers bij als het nodig is. Het pand van Prime is beschikbaar gesteld door de Orde der Witte Paters. Geld is voornamelijk afkomstig van van kerken, individuen (onder wie voormalige asielzoekers) en organisaties die zich bezighouden met vluchtelingen.

Voor de politiek geldt Prime als radicaal, maar volgens de priester Geert Groenewegen, bestuurslid van de stichting, is de organisatie 'een prettig ongeregeld zooitje'. Groenewegen: 'Ik sta honderd procent achter Pouri en zijn team.'

 

 

 

 
  Home