12 - 7 - 2006

 

 

 

Iraanse hongerstaker gaat vijfde week in

Den Haag, 12 juli 2006 – De 32-jarige Iraanse vluchteling die sinds 8 juni op het plein bij de Tweede Kamer aktie voert tegen de afwijzing van zijn asielverzoek voor medische hulp, gaat de vijfde week van zijn hongerstaking in. Hij protesteert tegen het inhumane vreemdelingenbeleid van minister Verdonk en de daarop gebaseerde uitspraak van de Raad van State in zijn asielzaak die hem verbiedt hier een medische behandeling te mogen volgen.


Dr. Liem en A. Anoushei

De man raakte in 1998 betrokken bij een grote studentenopstand in Teheran en moest daarna zijn land ontvluchten. Rondom deze opstand zijn door het Iraanse regime veel mensen opgepakt, gemarteld, verdwenen. Zelfs zijn er protesteerders vermoord. De vluchteling heeft na aankomst in Nederland in 2000 de diagnose Posttraumatische Stresstoornig en paranoïde waanstoornis gekregen en is daar vervolgens in 2002 en 2004 voor behandeld. Zijn behandelend arts schreef in een rapportage op 23 mei 2006 dat de man “Gezien de aard van de klachten en de psychosociale elementen is symptoombestrijding middels medicatiebeleid zeer belangrijk. (...) Wat overblijft is een rest-psychotisch toestandbeeld waardoor de cliënt alleen onder begeleiding van vertrouwde personen zijn huis durft te verlaten.” Sinds 2000 is de mensenrechtensituatie in Iran enorm verslechterd, wat door rapporten van organisaties als Amnesty International en Human Rights Watch bevestigd word. Desondanks probeert minister Verdonk koste wat kost Iraanse vluchtelingen terug te sturen, zelf als die mensen geen paspoort hebben. Speciaal voor het terugsturen van paspoortloze vluchtelingen heeft ze een pilot-project gestart dat in de praktijk eigenlijk neerkomt op het terugsmokkelen van vluchtelingen, gefinancierd door overheidsgelden. Iraanse vluchtelingen zijn hierdoor terecht erg bang geworden voor hun levenslot onder deze Nederlandse vreemdelingenminister. Zo ook de 32-jarige Iraniër die nu al vier weken in hongerstaking is.

Vorig jaar oktober besliste de rechtbank in Roermond in hoger beroep dat hij in Nederland een medische behandeling mocht volgen. De rechter oordeelde in zijn uitspraak dat niet zonder meer vaststaat dat de vluchteling in Iran een effectieve medische behandeling kan volgen. De IND had eerder daarover advies gevraagd aan het Bureau Medische Advisering, en daaruit geconcludeerd dat behandeling in Iran geen probleem zou zijn. De rechter veegde die conclusie in zijn uitspraak van tafel omdat er in juridische zin weliswaar een behandeladres in Iran zou zijn, maar dat het BMA onduidelijk adviseerde over de medische kwaliteit van de die behandelmogelijkheid voor de Iraniër. Hiermee stelde de rechter feitelijk de humanitaire belangen van de vluchteling boven de strikt juridische belangen van de Minister voor Vreemdelingenzaken.

Vreemdelingenminister Verdonk ging tegen de uitspraak in beroep bij de Raad van State en stelde dat de rechter in Roermond zich uitsluitend over de juridische regels van de door de IND gevolgde procedure had mogen uitspreken en niet inhoudelijk op de kwaliteit van het BMA-advies had mogen ingaan. Bij uitspraak van afgelopen 24 april gaf de Raad van State minister Verdonk daarin gelijk, vernietigde het vonnis van de beroepsrechter, en oordeelde vervolgens zelf inhoudelijk over de beroepszaak, echter nu uitsluitend op de strikte juridische gronden die Verdonk gehanteerd wilde zien.

Advocaat mr. P.J. van den Hooge van de hiermee uitgeprocedeerde asielzoeker zegt over het vonnis van de Raad van State: “Het is een juridische discussie geworden. De Raad van State heeft het handelen van de IND goedgekeurd en ook nog eens bevestigd”.

Dat Verdonk politieke motieven mee liet spelen in de afhandeling van het asielverzoek van de IND en bij het besluit om bij de Raad van State in hoger beroep te gaan tegen het humanitaire besluit van de beroepsrechter is een logisch voortvloeisel van het democratisch bestel van Nederland. Echter binnen ditzelfde democratisch bestel is het een zekerheid dat de rechterlijke macht zich in zijn besluitvorming niet door politieke motieven laat beïnvloeden of laat leiden. De beroepsrechter in Roermond heeft in die zin correct recht gesproken en heeft daarbij  de humanitaire belangen van de Iranizwaar meegewogen. De Raad van State heeft echter in deze zaak de politieke motieven van minister Verdonk een wettelijke status gegeven en vervolgens zelf op die gronden de beroepszaak inhoudelijk opnieuw beoordeeld. Een kind kan dan nog wel bedenken wat de uitkomst van die beoordeling zou worden. Een eerlijke procesgang voor de Iraniër in Nederland heeft het hiermee in de laatste procesfase op initiatief van Verdonk en door toedoen van de Raad van State niet gered.

Het is, naast zijn angst voor uitzetting, deze grove schending van zijn mensenrechten door de Nederlandse staat waartegen de uitgeprocedeerde asielzoeker al voor de vijfde week in hongerstaking is gegaan.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Stichting Prime,
Ahmed Pouri, tek 070-3050415 of 06-55362313.
http://www.prime95.nl/index2.htm

 

 
  Home