Nieuwsbrief Mensenrechten & Gezondheidszorg,
oktober 2002: Special Hongerstaking

Download pdf

http://www.johannes-wier.nl/main.php?op=news&id=157

Inhoud

  • Van het bestuur
  • Dwangvoeding is mishandeling
  • Wat gebeurt er bij een hongerstaking?
  • Hongerstaking is van alle tijden
  • Hongerstakingen in Turkije
  • PERSONEN
  • Massagraven in Afghanistan
  • ACTIE Amnesty: steniging Nigeriaanse vrouw
  • CAMPAGNE Wemos: Gezondheid van kinderen in het geding
  • RECENSIE: De valstrik van de hoop. Witte illegalen in hongerstaking
  • De moed om te weigeren

Van het bestuur

De noodzaak van het bestaan van de Johannes Wier Stichting is de laatste weken overduidelijk gebleken.De enorme stroom van aanvragen voor interviews, gesprekken, meningen enz. over dwangvoeding die de leden van de Werkgroep hongerstaking overspoelde was nauwelijks te verwerken. De geduldige en rustige manier waarop de pers te woord werd gestaan was professioneel.
Ook andere artsenorganisaties hebben impulsen gekregen om zich uit te laten over dit probleem. Zij reageerden op uitlatingen van anderen (ook artsen) die in de media en de politieke arena slordig omgingen met de mensenrechten. De lichamelijke integriteit van Volkert van der G. zou geschonden mogen worden door hem onder dwang te voeden als zijn hongerstaking geleid zou hebben tot een levensbedreigende situatie. De Johannes Wier Stichting vindt dit beangstigend. Dit nummer van Mensenrechten en Gezondheidszorg is daarom een special over de thema's hongerstaking en dwangvoeding.

Wij hopen dat veel donateurs naast hun hooggewaardeerde financiële steun ook op andere manieren van hun betrokkenheid bij de Johannes Wier Stichting blijk zullen geven. In de verschillende werkgroepen is veel ruimte voor meer persoonlijke inbreng. Het bestuur hoopt dat door de publiciteit van de laatste maanden veel werkers in de gezondheidszorg zullen beseffen dat verworvenheden niet vanzelfsprekend zijn. Als u interesse heeft om mee te doen aan een werkgroep kunt u zich opgeven bij het bureau van de stichting.

Graag zetten wij met uw inbreng onze werkzaamheden voort.

Auke van der Heide, voorzitter

Dwangvoeding is mishandeling

Het toebrengen van letsel aan het lichaam van een ander, het inbrengen van voorwerpen in lichaamsopeningen en andere vormen van inbreuk op de lichamelijke integriteit, zijn verboden en strafbaar. Al naar gelang de ernst en de context waarin ze plaatsvinden, worden ze beschouwd als foltering, verkrachting, mishandeling of wrede en onmenselijke behandeling of straf. Ze zijn in nationale wetgeving verboden (o.a. in de Nederlandse Grondwet), en strafbaar, en in internationaal verband verboden onder het Verdrag inzake Marteling en Wrede en Onmenselijke Behandeling of Straf van de Verenigde Naties.

Dat artsen bepaalde handelingen verrichten die op het bovenstaande lijken (endoscopieën, operaties etc.) werd vroeger de medische exceptie genoemd, en wordt tegenwoordig in de Wet Geneeskundige Behandel Overeenkomst geregeld. Voorop staat in die wet dat een medische ingreep in het belang is van de patiënt, en dat de patiënt daar toestemming voor geeft.

Nu Volkert van der G. zijn hongerstaking (al of niet tijdelijk) heeft beëindigd, is er (voorlopig) rust gekomen in de verhitte debatten over dwangvoeding bij hongerstaking. De principiële toon is echter wel gezet, en de uitkomst is nog onzeker.
In de discussie die de laatste weken hoog opliep over dwangvoeding bij Van der G. baseert Minister Donner van Justitie zich op art. 32 van de Penitentiaire Beginselenwet, die ruimte geeft aan de directeur van een penitentiaire inrichting een gedetineerde te 'dwingen te gedogen dat bepaalde medische handelingen worden verricht, wanneer die handeling naar het oordeel van een arts noodzakelijk is om ernstig gevaar van de gedetineerde (of van anderen) af te wenden'. Een aantal gezondheidsjuristen (o.a. Buijsen en Hulst) lijken hem dit te hebben ingegeven via hun artikelen. Een groot deel van de Tweede Kamer steunt de toepassing van dwangvoeding, en enkele artsen in de Kamer en de media hebben reeds aangekondigd geen enkel probleem te hebben met het toepassen van dwangvoeding.
Het is merkwaardig dat een dergelijk pleidooi wordt gevoerd in het geval van een gevangene, voor wie kennelijk het grondwettelijk recht op respect voor de integriteit van het lichaam niet zou gelden. Door dwangvoeding als een reële mogelijkheid te beschrijven, worden artsen door de politiek ten onrechte uitgenodigd tot een juridische en medisch-ethisch zeer dubieuze actie, en wordt aan de lezer en aan de politiek een onvolledig en daarom verkeerd signaal gegeven. Op aandringen van de JWS heeft de KNMG een duidelijk standpunt ingenomen waarin dwangvoeding wordt afgewezen. Ook de Inspectie Volksgezondheid heeft dwangvoeding afgewezen en aangekondigd artsen die hieraan meedoen eventueel te vervolgen. De Vereniging voor Gezondheidsrecht heeft eveneens een duidelijk standpunt ingenomen dat dwangvoeding afwijst.

Het is duidelijk dat Minister Donner bang is voor onrust, en dat hij toegeeft aan de wens van velen om uit de mond van Volkert van der G. te horen waarom hij Pim Fortuyn heeft vermoord. Men wil dus het motief horen. Juristen wijzen er keer op keer op dat een verdachte het recht heeft om te zwijgen, en dat hij niet verplicht kan worden mee te werken aan zijn eigen veroordeling. Bij de strafrechtpleging, zoals die in de Nederlandse rechtsstaat is geregeld, is het kennen (horen) van het motief van de verdachte geen vereiste, alleen wanneer dit bijdraagt aan de bewijsvoering. De rechtsfilosoof Van Oenen noemt het eisen van het horen van het motief een vorm van inquisitie. En dat terwijl in de zaak tegen Van der G. er zoveel bewijsmateriaal is dat hij in een zeer kort proces kan worden veroordeeld.

De wens (van de Minister tot 'de straat') om Volkert van der G. aan dwangvoeding te onderwerpen heeft dus te maken met het feit dat hij een uitzonderlijke verdachte is, met onlustgevoelens na de burgerrevolte tijdens de verkiezingen in mei, en met de bereidheid van de politiek om daaraan gehoor te geven.
Het is duidelijk dat in dit klimaat maatregelen als dwangvoeding worden ingezet om te voldoen aan impulsen die met de rechtsstaat niets van doen hebben, en dat daarmee niet alleen artsen in een moeilijk parket worden gebracht, maar ook de basis van de rechtsstaat wordt aangetast.
Wanneer er van een dergelijke bedreiging sprake is, dan is het goed dat civil society organisations van zich laten horen. Aan die plicht hebben de KNMG en de Vereniging voor Gezondheidsrecht voldaan.

Adriaan van Es

Wat gebeurt er bij een hongerstaking?

Iedere hongerstaking is een individueel proces. Er zijn echter op klinische en fysiologische gronden modellen te maken, die kunnen voorspellen wat er tijdens een hongerstaking gebeurt. Dergelijke modellen zijn een belangrijke leidraad voor de begeleiding van een hongerstaking, en voor het inschatten van de vooruitzichten voor de betrokkene. Toch blijkt steeds weer dat het voorspellen van termijnen een onmogelijke opgave is. Tijdens de hongerstaking van Volkert van der G. werden de leden van de Werkgroep hongerstaking van de JWS zeer regelmatig door de media hierover bevraagd. Er moesten steeds grote slagen om de arm worden gehouden omdat bijvoorbeeld niet bekend was hoeveel eiwit er zat in het vruchtensap en hoeveel vocht er werd ingenomen.

Wel is mogelijk om vanuit de fysiologie en klinische observaties de volgende schema?s te hanteren (zie ook de JWS-handleiding 'Honger naar recht, honger als wapen').

Wat gebeurt er met het lichaam?
Uitgangspunt: gezonde niet-ondervoede volwassene.

Inname: niets
Uitdroging en vergiftiging door ophoping van afgebroken lichaamsstoffen die niet worden afgevoerd. Dood binnen 10 dagen.

Inname: alleen water
De lichaamsvoorraad aan noodzakelijke vitamines en mineralen is na 30 dagen op, waarna de dood intreedt.

Inname: water en vitamines en mineralen
Er worden dan geen calorieën aan het lichaam aangeboden. Het lichaam moet energie halen uit eigen opslag.
Er is voor 1-3 dagen voorraad glucose in de lever, daarna moet het lichaam overschakelen op vetten, waarvan theoretisch voorraad is voor drie maanden. Hersencellen kunnen niet leven van vet, en zijn aangewezen op glucose; het lichaam kan eiwit (spierweefsel) omzetten in glucose (gluconeogenese). Spierafbraak geeft o.a. moeheid en zwakte na drie weken en onomkeerbare schade na vier weken; na maximaal 10 weken zijn de ademhalingsspieren en hartspier 'op'. Daarvóór treedt al vergiftiging (aantasting hersenweefsel) op door de eiwitafbraak (o.a. uremie).

Inname: water en vitamines en mineralen, en thee met suiker en vruchtensap
Uitstel van de beschreven processen afhankelijk van de hoeveelheid aangeboden glucose, eiwit en calorieën.

Welke metabole veranderingen treden op?
Hersenweefsel kan in de normale situatie alleen glucose gebruiken voor de energievoorziening. De voorraad lichaamsglucose (lever) is bij vasten na 3 dagen uitgeput, hetgeen dus snel fataal zou zijn voor het voortbestaan. Er treedt een breed adaptatiemechanisme in werking, gericht op het optimaal gebruik van energie om zo lang mogelijk het hersenmetabolisme in stand te houden en spierweefsel te sparen:

  • neo-glucogenese uit vetweefsel en aminozuren uit spieren (alanine). Een hongerstaker houdt het vooral lang vol door zijn vetvoorraad, magere mensen komen dan ook gemiddeld veel eerder in de problemen;
  • daling extra-cerebraal glucosegebruik. Dit heeft een daling van de bloedsuiker in de eerste dagen tot gevolg; daarna blijft deze stabiel;
  • de nieren spelen een belangrijke rol bij de glucoseproductie en bij het sparen van stikstof: niet ureum wordt het eindproduct maar ammoniak. Daardoor gaat er minder water en stikstof verloren;
  • het hersenweefsel blijkt in staat naast glucose ook ketonlichamen voor de energievoorziening te gebruiken. Insuline speelt hierbij een rol, want bij een ontregelde diabetes mellitus-patiënt treedt deze adaptatie niet op. Diabetici in hongerstaking komen dan ook snel in grote problemen;
  • de TSH-spiegel halveert, de stofwisseling daalt 15%, de eiwitafbraak daalt met 60% waardoor de stikstofuitscheiding 40% daalt;
  • de spierkracht wordt na 10 dagen aanmerkelijk minder;
  • bij meer dan 20% gewichtsverlies worden velen apathisch;
  • de hartfunctie daalt door bradycardie, hypotensie, daling van het hartminuutvolume en veranderingen aan de hartspier zelf;
  • de longfunctie neemt af door afname van spierkracht, afname van de zogenaamde ventilatory drive (automatische reactie op veranderingen in de zuurstof- en kooldioxidespiegels), histologische veranderingen van het longweefsel en veranderingen van het ademhalingspatroon (kleine oppervlakkige teugjes). Een pneumonie kan onopgemerkt blijven door het ontbreken van dyspnoe;
  • de maagdarmfunctie verandert door vlokatrofie, verminderde galproductie en lokale afweerfunctie; de afweer in het algemeen verslechtert door verminderde cytokinen en cellulaire immuniteit, koortsreactie kan uitblijven bij een infectie!

De mate van adaptatie is niet te voorspellen en dus ook niet het aantal dagen dat de hongerstaking kan worden volgehouden. Er is geen betrouwbaar onderzoek naar de medische gevolgen van een hongerstaking, de meeste hier geschetste processen zijn afkomstig uit onderzoek bij patiënten met een eetstoornis of een andere ernstige ziekte. Het is verder van belang als begeleidend arts op te hoogte te zijn van de verschillen tussen marasmus en kwashiorkor. Marasmus ontstaat door onvoldoende inname, zoals bijvoorbeeld bij een hongerstaking of darmziekte; het serumalbuminegehalte blijft normaal. De patiënt ziet er uitgemergeld uit. Kwashiorkor ontstaat door een onderliggend lijden, zoals bij een infectie of brandwonden; het serumalbuminegehalte is verlaagd. De patiënt kan, door oedeemvorming, er op het eerste gezicht normaal uit zien.

Hoe is het klinische verloop van een hongerstaking?

De eerste week
De hongerstaking wordt doorgaans goed verdragen. Er is weinig risico mits voor voldoende vochtopname wordt gezorgd. De hongerpijn en maagkramp verdwijnen doorgaans na een paar dagen, soms pas na 1 of 2 weken. Het bloedsuikergehalte daalt aanvankelijk (0.6 ? 0.8 mmol/l) en blijft daarna op dit lagere niveau stabiel. Lichaamsbeweging is mogelijk.

De eerste maand
Na de eerste week staan behalve bovengenoemd gewichtsverlies een aantal andere veranderingen op de voorgrond. Orthostatische hypotensie en bradycardie veroorzaken duizeligheid en eventueel hoofdpijn. Vermoeidheid en spierpijn bij geringe inspanning verminderen de mobiliteit. Moeilijkheden bij het lezen door de verminderde concentratie zijn vaak erg hinderlijk voor de hongerstaker. De lichaamstemperatuur daalt door het verlaagde metabolisme. Buikpijn kan optreden, soms hik.
Na drie weken kan de toestand al zó verslechterd zijn dat ziekenhuis- of verpleeghuisopname met de mogelijkheid van betere, meer toegespitste, zorg en verpleging moet worden overwogen. Uitputting bemoeilijkt de communicatie omdat praten erg vermoeiend is en alleen korte zinnen gefluisterd kunnen worden.

Na de eerste maand
De hongerstaker gaat zich nu echt ziek voelen en het keerpunt treedt bijna steeds op rond de 40ste dag.
Het algemene ziektegevoel kan gepaard gaan met gehoorverlies, slechter zien, dubbelzien, ataxie, dysartrie, misselijkheid en braken, icterus, een droge schilferige huid, decubitus, bloedingen in de tractus digestivus. Er is geen geestelijke achteruitgang, wel concentratiezwakte, apathie, en psychische labiliteit en zijn er moeilijkheden bij het formuleren. Deze symptomen worden zonder twijfel mede veroorzaakt door de extreme vermoeidheid.

De terminale fase
Deze is gekenmerkt door stemmingswisselingen (zelfs euforie), verwardheid, daarna coma en overlijden. Dit alles gebeurt snel, zó snel dat men niet moet denken dat er dan nog onderhandelingen kunnen plaatsvinden of belangrijke beslissingen kunnen worden genomen of herzien. Het kan in enkele uren afgelopen zijn. Er is dus geen tijd meer te verliezen. De beslissing over al dan niet ingrijpen zal reeds genomen moeten zijn. Een team van specialisten zal, evenals ambulancevervoer, beschikbaar moeten zijn.

Wat gebeurt er na het stoppen van een hongerstaking?
Als de hongerstaking wordt beëindigd treedt er een periode van herstel in die, afhankelijk van de duur van de hongerstaking, kort zal zijn (bijvoorbeeld na slechts één week van voedselweigering) of maanden zal duren indien de periode van voedselonthouding veel langer is geweest. Bij een duur van meer dan 3 weken moet men rekenen op een herstelperiode van ongeveer 3 maanden. Pas dan is 85-95% van het oorspronkelijke gewicht bereikt.
Doorgaans kunnen ernstig ondervoede mensen vrij snel weer oraal voedsel tot zich nemen, soms reeds na een paar dagen. Na beëindiging van de hongerstaking ligt echter het hervoeding-syndroom op de loer met gevaren die zo mogelijk nog groter zijn dan van de hongerstaking zelf. Door te snelle voedselinname kunnen symptomen ontstaan als oedeem, sterk verlaagd fosfaatgehalte, verminderde spierkracht, longfunctie en hartfunctie. Ook kunnen neurologische verschijnselen optreden. Ter voorkoming van dit syndroom (het refeeding syndrome), dat soms een dodelijke afloop heeft, is het noodzakelijk de eerste paar dagen de voedselinname tot eenderde van normaal te beperken en vervolgens langzaam op te voeren. Verder is bepalen van Mg, P en K vóór en tijdens voeding alsmede dagelijks meten van pols, tensie en gewicht en een vochtbalans raadzaam.
De taak van de arts eindigt niet bij het beëindigen van de hongerstaking. De begeleiding moet nog enkele maanden doorgaan, niet meer dagelijks, maar bijvoorbeeld wekelijks. Het gaat niet alleen om het lichamelijk herstel, maar vooral ook om de psychosociale begeleiding. Deze blijft nodig, net als tijdens de hongerstaking.

Hongerstaking is van alle tijden

dwangvoeding is van alle tijden Er wordt wel eens gedacht dat hongerstakingen alleen van deze tijd zijn. Dat is niet het geval. Al sinds de Romeinse tijd wordt er over vrijwillige voedselweigering als vorm van protest geschreven. De verlegenheid waarin overheden en publiek worden gebracht door een hongerstaking is ook van alle tijden.
Enkele voorbeelden:

Het Romeinse Keizerrijk was tijdens de regering van keizer Tiberius in verval; moord en marteling waren algemeen geworden. Nerva, bekend rechtsgeleerde en vriend van de keizer, besloot in hongerstaking te gaan omdat hij de ellende om zich heen niet meer kon aanzien. Hij wilde een eervolle dood voor er tegen hem zou kunnen worden opgetreden. Zodra Tiberius ervan hoorde kwam hij aan zijn sponde zitten en smeekte hem ermee op te houden. Zijn argumenten hiervoor zijn interessant: "dat het hem zwaar zou drukken, dat hij ervan had geweten, dat het een zware schade zou toebrengen aan zijn reputatie, indien zijn intiemste vriend zonder enig motief om te sterven het leven zou ontvluchten", aldus Tacitus.

De Engelse suffragette Emily Pankhurst (1913) over haar honger- en dorststaking: "The hungerstrike I have described is a dreadful ordeal, but it is a mild experience compared with the thirststrike, which is from beginning to end simple an unmitigated torture. Hungerstriking reduces a prisoner's weight very quickly, but thirststriking reduces weight so alarmingly fast that prison doctors were at first thrown into absolute panic of fright. The body cannot endure loss of moisture. It cries out in protest with every nerve. The muscle waste, the skin becomes shrunken and flabby, the facial appearance alters horribly, all these outwards symptoms being eloquent of the acute suffering of the entire physical being. Every natural function is, of course, suspended, and the poisons which are unable to pass out of the body are retained and sometimes there is fever. The mouth and tongue become coated and swollen, the throat thickens, and the voice sinks to a thready whisper".

Franz Kafka beschrijft in zijn verhaal 'Ein Hungerkünstler' (1921-22) een beroepshongerkunstenaar, ingehuurd door een impresario. Hij vast en het publiek komt kijken. Na 40 dagen moet hij gaan eten van de impresario want het publiek verliest na die dag de interesse in hem. Kafka was in zijn verhaal opmerkelijk juist: nu weten we dat na de 40ste dag een hongerstakende zich duidelijk ziek gaat voelen. Het wordt dus steeds gênanter voor het publiek 'ernaar te kijken'.

Vera Fichner (omstreeks 1890, tsaristisch Rusland) schrijft na de beëindiging van een hongerstaking van een groep gevangenen: "But though my system did not succumb to the great test during the actual fast, the after-effects were terrible.
In addition to my mental depression, my nerves were completely disorganised; every controlling centre refused to act. In many ways my willpower seemed not to have become weakened, but to have disapppeared entirely."

Mahatma Gandhi heeft het middel hongerstaking enkele malen in zijn leven gebruikt onder het motto "Ik heb niets nieuws voor de wereld. Waarheid en Vredelievendheid zijn zo oud als de wereld".

Hongerstakingen in Turkije

In Turkije zijn sinds vele jaren op grote schaal hongerstakingen aan de gang. Er zijn reeds meer dan 50 doden gevallen als gevolg van deze hongerstakingen en de gewelddadige onderdrukking van deze acties. De hongerstakingen zijn vaak massaal, en worden meestal door gevangenen gevoerd, uit protest tegen de bouw en ingebruikname van de zogenaamde F-type gevangenissen. Deze 'maximum-security'-gevangenissen zijn gebouwd volgens het cellensysteem, dus op het eerste gezicht meer comfortabel dan de huidige zalen-gevangenissen. Omdat echter vooral politieke tegenstanders (zoals Koerden) in de F-type gevangenissen worden opgesloten, is de kans op foltering en moord vele malen groter dan in de zalen-gevangenissen.

Niet alleen de hongerstakers protesteren tegen deze ontwikkeling, maar ook mensenrechtenorganisaties in en buiten Turkije. In oktober 2000 namen 865 gevangenen in 18 gevangenissen deel aan een massale hongerstaking, uit protest tegen de F-type gevangenissen. In december 2000 vond een gewelddadige confrontatie plaats, waarbij leger en politie gevangenissen binnenvielen en probeerden een einde te maken aan de actie.
Deze en andere methoden om de acties te stoppen hebben de hongerstakingen echter niet kunnen stoppen en konden nieuwe acties door gevangenen en hun familieleden en sympathisanten niet voorkomen.
Wel is de repressie van mensenrechtenorganisaties (zoals de Human Rights Foundation of Turkey) en beroepsorganisaties (zoals de Turkish Medical Association en de Turkish Bar Association) verhevigd. Daardoor worden steeds opnieuw artsen in staat van beschuldiging gesteld, en zijn invallen in behandelcentra voor slachtoffers van foltering aan de orde van de dag.

PERSONEN

Paul Hunt Special Rapporteur on the right to health

In de vorige nieuwsbrief werd gemeld dat tijdens de zitting van de Commission on Human Rights van de VN in Genève, resolutie 2002/31 werd aangenomen, waarin de aanstelling van een Special Rapporteur "on the right of everyone to the enjoyment of the highest attainable standard of physical and mental health? is bekrachtigd (www.unhchr.ch). Inmiddels is bekend geworden dat de Nieuw-Zeelandse Prof. Paul Hunt is benoemd op deze post. De IFHHRO (International Federation of Health and Human Rights Organisations) heeft gelobbyd voor zijn benoeming. Paul Hunt is professor internationaal recht aan de Universiteit van Essex, en volgens de IFHHRO een zeer goede persoon voor deze functie.

Hunt is lange tijd lid geweest van het Committee on Economic, Social and Cultural Rights, dat o.a. het General Comment 14 (over het right to health) heeft geschreven. De IFHHRO heeft Paul Hunt gefeliciteerd en contact met hem opgenomen. In de loop van dit jaar zal een ontmoeting met hem plaatsvinden, waarin de invulling van zijn mandaat en vormen van samenwerking zullen worden besproken.

Cees Flinterman benoemd in CEDAW

Op 29 augustus is Cees Flinterman, Directeur van het Studie en Informatiecentrum Massagraven in Afghanistan Mensenrechten in Utrecht, benoemd als lid van het Committee on the Elimination of Discrimination against Women (CEDAW). CEDAW is verantwoordelijk voor het monitoren en implementeren van de Convention on the Elimination of All Forms of Discrimination against Women. Dit VN-comité organiseert tweemaal per jaar sessies waarin de voortgangsrapporten van de staten die het verdrag hebben ondertekend, met de vertegenwoordigers van die staten worden besproken.
Cees Flinterman is ex-bestuurslid van de JWS, en veel betrokken bij activiteiten van de JWS en de IFHHRO. De IFHHRO heeft hem gefeliciteerd en alle mogelijke steun en samenwerking toegezegd.

Bob Kirschner overleden

Op 15 september is Robert Kirschner, forensisch patholoog in Chicago, overleden na een lange strijd tegen kanker. Hij was een van de inspirerende en drijvende personen bij de oprichting van het International Forensic Team (PHR), en van de vele initiatieven die de forensische wetenschappen beschikbaar en toepasbaar hebben gemaakt bij het onderzoek naar schendingen van mensenrechten. Kirschner was consulent bij de VN Tribunalen voor het voormalige Joegoslavië in Den Haag (ICTY) en Rwanda in Arusha. Ook was hij een van de auteurs van het Istanbul Protocol (onderzoek van slachtoffers van foltering) en het Minnesota Protocol (onderzoek van massagraven). Hij deed onderzoek in talloze landen en richtte forensische teams op (zie www.phrusa.org).

Massagraven in Afghanistan

In Mazar-I-Sharif in Afghanistan zijn massagraven ontdekt van gevangengenomen Talibaan strijders. Ze zijn vermoedelijk door een van de krijgsheren van de Noordelijke Alliantie in een container gestopt en door verstikking om het leven gebracht. De beschuldiging dat een bondgenoot van de VS zich aan een dergelijke misdaad schuldig zou hebben gemaakt, was in Afghanistan en de VS geen prettig bericht. Physicians for Human Rights is deze confrontatie aangegaan en roept op tot een internationaal onderzoek en berechting van de daders.

PHR Calls upon Interim Administration of Afghanistan, International Community to Protect Alleged Mass Gravesites in Afghanistan

A new Physicians for Human Rights (PHR) report, Preliminary Assessment of Alleged Mass Gravesites in the Area of Mazar-I-Sharif, Afghanistan, concludes that there is evidence of recent disposal of human remains at two mass grave sites near Mazar-I-Sharif. Although these reports have not been confirmed, eyewitnesses interviewed by PHR suspect that the bodies at a site found near the village of Shebarghan include Taliban prisoners who were transported to this site in truck containers. Until there is a formal investigation of the sites, the exact number and identification of bodies in the sites cannot be determined.
PHR called on Afghanistan's Interim Government and the international community to provide protection of these sites. The Boston-based organization recognizes that the government of Afghanistan is not in the position to secure these sites while the US, the UK and other international actors have the capacity, and the responsibility, to assure that the sites are protected. The examination of bodies and dignified burial of remains will contribute to the truth and accountability process, which is essential for future peace and stability in Afghanistan.
The report documents the work of two PHR delegations that recently conducted fact-finding and preliminary forensic assessments of alleged mass gravesites in Mazar-I-Sharif and its environs. In January 2002, a PHR fact-finding delegation spent five days investigating human rights violations and health needs in this region that included preliminary information on a number of mass gravesites. As a follow-up to the January trip, in February PHR sent forensic experts to conduct a more detailed assessment of the surfaces and location of these sites. They were not able to conduct a thorough investigation.
A number of sites that PHR visited relate to incidents dating to the conflict over the control of Mazar-I-Sharif in 1997 and 1998. It is alleged by witnesses that some of the sites contain many dozens of victims. The forensic team also found evidence of recently disposed human remains in two of the nine gravesites that were visited.
Eyewitnesses reported to PHR that they had passed the suspected mass gravesite outside the town of Shebarghan some time between late December 2001 and early January 2002, observing three container trucks backed into the suspected mass gravesite. This account and others are of great concern as there still remains no reliable accounting for the numbers of prisoners who were captured in the fall of Kunduz and Mazar-I-Sharif in late 2001.
In addition to calling for the protection of these sites, PHR urges the responsible authorities to immediately account for the numbers of Taliban prisoners who were allegedly taken from Kunduz. Furthermore, all alleged past, present and ongoing human rights violations and war crimes should be investigated regardless of ethnicity or political affiliation of the perpetrator of victim.

Bron: www.phrusa.org

ACTIE Amnesty: steniging Nigeriaanse vrouw

Amina Lawal Amnesty International voert actie tegen de dreigende doodstraf door steniging van Amina Lawal, een Nigeriaanse vrouw, onder de Sharia-wetgeving in Noord-Nigeria.
Amnesty International is zeer verontrust over de uitspraak van het Sharia Hof van Beroep in Funtua, Nigeria. Het Hof besloot het doodvonnis door steniging van Amina Lawal te handhaven. Amina's advocaat is wederom tegen het vonnis in beroep gegaan. Het Sharia Hooggerechtshof in Katsina zal deze zaak in behandeling nemen nadat het de datum voor de hoorzitting heeft vastgesteld.

Doe mee aan deze actie: www.amnesty.nl.

When unmarried, Amina became pregnant. Local villagers had her arrested and she was brought before a Regional Court where she was charged with the crime of adultery. Like Safiya [voor wie eerder succesvol actie gevoerd werd ? red.] she had no legal representation and there are serious questions about whether the nature of the charges was adequately explained to her.
Under the Katsina regional law, admitting to having a baby amounts to a confession to the crime of adultery. As in the case of Safiya Hussaini, the man identified as Amina's partner ? the alleged father of her baby daughter ? was released. The court said there was insufficient evidence against him. For him to be convicted, he must either confess, or 4 other men must testify that they witnessed the adultery.
With the help of a Nigerian women's rights group, Amina has appealed against the sentence. After several adjournments, the appeal was rejected on Monday, August 19. A new appeal at a higher court has been lodged.

Victims of Poverty
Like Safiya, Amina comes from an impoverished background. Both were married in their early teens (12 and 14 respectively) only to be divorced at a later stage and left to raise their children by themselves. The softly spoken and largely unschooled Lawal told AFP [Agence France-Presse ? red.] that her main worries were the strain the case was putting on her parents and what would happen to her baby daughter Wasila if she is put to death.
Women's and Human Rights organisations in Nigeria have already highlighted the emerging pattern of people from poor backgrounds ? particularly women ? being the victims of cruel, inhumane and discriminatory sentences introduced by regional laws in the states of northern Nigeria.

Amina's Fundamental Human Rights
In Nigeria, laws can be introduced by Regional States which may be contrary to Federal Nigerian Law. Under the Regional Law of Katsina State, a death sentence can be imposed on any man or woman who has sex outside of marriage.
Under Federal Nigerian law, Amina has the right to have her life and personal dignity respected. This right is enshrined in the 1999 Nigerian Constitution, which confirms the sanctity of human life. This right is also recognised by all the international and regional human rights declarations and conventions to which Nigeria is a signatory.
These cases created a political storm in Nigeria. The Nigerian Federal Government recognises that laws which discriminate against women are unacceptable, and that the death penalty is inhumane and inappropriate.
A week before Safiya's acquittal the Federal Minister of Justice wrote to regional authorities to declare that these penalties are a contravention of the Nigerian constitution.
However, the Nigerian Constitution also protects individual States ? such as Katsina State ? from interference by the Nigerian Federal Government. Leaders of the Northern states have yet to respond in a positive manner to the Federal government's declaration.
Early hopes that the close alliance between Federal Government and the Governor of Katsina State would result in a positive outcome for Amina were dashed recently. A spokesperson for the Katsina State authorities, Ibrahim Abdullahi, said that the Governor would not interfere in the appeal process, and predicted that if the appeal was turned down, Amina Lawal would be executed.
"If the appeal court confirms her as guilty, she will be executed," he said. This will entail burying Amina up to her waist and stoning her until she is dead.


Bron: Amnesty International UK, Merton Group, http://www.mertonai.org/amina/amina.asp

CAMPAGNE Wemos: Gezondheid van kinderen in het geding

In de campagne "Wie kiest er voor de gezondheid van dit kind?" pleit Wemos voor transparante internationale regelgeving, o.a. omtrent babyvoeding. Kijk op www.wemos.nl of bestel het gratis actiepakket via 020-4-688388.

De besluitvorming binnen internationale instellingen, zoals de Wereldgezondheidsorganisatie, is vaak onduidelijk en ondoorzichtig. Het is moeilijk te achterhalen hoe en waar besluiten genomen worden. Wie beslist er eigenlijk over de gezondheid van kinderen? Overheden of bedrijven?

Internationale instellingen die de gezondheid van kinderen moeten beschermen, zoeken voor de oplossing van gezondheidsproblemen vergaande samenwerking met het bedrijfsleven. Verschillende instellingen van de Verenigde Naties, onder andere de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), accepteren commerciële financiering omdat nationale overheden steeds minder bijdragen. Voor de verbetering van de gezondheidssituatie wereldwijd zijn er hoge verwachtingen van samenwerking met bedrijven. Kunnen we van het bedrijfsleven echter verwachten dat zij gezondheidsbelangen boven handelsbelangen stellen? Wat zijn de gevolgen van deze samenwerking voor de gezondheid van kinderen, wereldwijd?

Winst voor bedrijven
"Bedrijven kunnen meer winst maken als zij armoede en gezondheidsproblemen helpen bestrijden" zei Dr. Gro Harlem Brundtland, directeur-generaal van de WHO in maart 2002 onomwonden. "We moeten ons realiseren dat overheden maar een klein beetje kunnen doen. Als we de wereldwijde gezondheidssituatie willen verbeteren moeten particuliere bedrijven en organisaties een cruciale rol spelen." Brundtland lijkt gezondheid als een middel te beschouwen om economische groei te stimuleren. Wemos vindt dat de WHO gezondheid zou moeten beschouwen als een mensenrecht.

Het aantal samenwerkingsrelaties tussen bedrijven en de WHO is de afgelopen jaren explosief gestegen. Wemos maakt zich zorgen over deze trend. Het is namelijk nog maar zeer de vraag of de gezondheid van mensen in ontwikkelingslanden gediend is met deze samenwerking. Er zijn grote risico?s verbonden aan de samenwerking tussen publieke en private organisaties (zogenaamde publiek-private initiatieven). Hebben bedrijven direct of indirect invloed op de besluiten die de internationale instellingen nemen? Houden deze instanties bewust of onbewust rekening met het bedrijfsleven als zij publiek gezondheidsbeleid formuleren?

Een van de eerste en grootste publiek-private initiatieven die met de steun van de Wereldgezondheidsorganisatie is opgericht, is de Global Alliance for Vaccines and Immunisation (GAVI). Het doel van GAVI is geld door te sluizen naar ontwikkelingslanden die hun vaccinatieprogramma?s willen uitbreiden. De grootste bijdrage komt van Bill Gates van Microsoft. De geneesmiddelenindustrie heeft ook een belangrijke stem in het bestuur. In tegenstelling tot eerdere vaccinatieprogramma?s, ligt bij GAVI het accent op het ontwikkelen van nieuwe, dure vaccins tegen bijvoorbeeld Hepatitis B en Hib (tegen een vorm van meningitis). Hier wordt 90% van het budget aan besteed. Slechts 10% gaat naar het versterken van gezondheidszorgsystemen. De kans is groot dat hierdoor de vaccinaties niet terecht komen bij de groep die ze het allerhardste nodig heeft, zoals kinderen in sloppenwijken. Het verschil tussen rijk en arm wordt dan alleen maar groter.(1)</TD< />


Wemos constateert dat het meestal 'Noordelijke' organisaties of bedrijven zijn die het voor het zeggen hebben in publiek-private initiatieven, zelfs als deze plaatsvinden in ontwikkelingslanden. In het bestuur van dergelijke samenwerkingsverbanden zijn ontwikkelingslanden en maatschappelijke organisaties, zoals consumentenorganisaties, kerkelijke instanties en actiegroepen nauwelijks vertegenwoordigd.

Een transparante samenwerking met bedrijven kan alleen ontstaan als internationale gezondheidsinstellingen en nationale overheden de touwtjes in handen houden en heldere afspraken met ondernemingen maken over het doel van de samenwerking en de uitvoering in de praktijk. Overheden hebben de verantwoordelijkheid om optimale gezondheid van haar bevolking na te streven. Bedrijven hebben die verantwoordelijkheid niet. Daarom moeten ontwikkelingslanden en maatschappelijke organisaties voldoende zeggenschap krijgen in publiek-private initiatieven; zij kunnen erop toezien dat gezondheidsbelangen voorop worden gesteld. Pas dan kunnen publiek-private initiatieven leiden tot verbeterde toegang tot zorg.

Levensbelang
Een voorbeeld van een internationale instelling waarin het bedrijfsleven een grote rol speelt, is de Codex Alimentarius. Dit is een instelling van de Verenigde Naties die wereldwijd voedselstandaarden vaststelt. De Codex heeft als taken gezondheid te beschermen en tegelijkertijd handel te bevorderen. Zowel het bedrijfsleven als maatschappelijke organisaties proberen daarom de Codex te beïnvloeden.

De beslissingen die hier genomen worden, zijn van levensbelang voor de gezondheid van kinderen over de hele wereld. De invloed van het bedrijfsleven in de Codex kan de gezondheid van kinderen in gevaar brengen. Zo zal de babyvoedingsindustrie er bijvoorbeeld alles aan doen om hun pap, fruit- en groentehapjes ook voor heel jonge baby?s te mogen aanprijzen. De WHO heeft echter op haar jaarlijkse vergadering, de World Health Assembly (WHA) uitgesproken dat uitsluitend borstvoeding tot zes maanden het beste is voor de gezonde groei en ontwikkeling van alle baby?s. Zij schat dat er jaarlijks ongeveer 1,5 miljoen zuigelingen sterven vanwege het feit dat ze geen borstvoeding krijgen. Wemos pleit ervoor dat afspraken die binnen de WHA zijn vastgelegd ook binnen de Codex gelden.

Internationale regelgeving is geen harmonieus proces tussen gelijkwaardige partners. Bedrijven, internationale gezondheidsinstellingen en nationale overheden hebben een andere rol en andere verantwoordelijkheden. Wemos vindt dat de Wereldgezondheidsorganisatie haar verantwoordelijkheid moet nemen en alle zeilen moet bijzetten om het wereldwijde recht op gezondheid te verdedigen. Dat betekent dat zij open en duidelijk moet aangeven met welke partijen zij onderhandelt. Dat zij heldere afspraken maakt over publiek-private initiatieven, waarbij internationale gezondheidsinstellingen en nationale overheden aantoonbaar de leiding houden. Dat ze zorgt voor voldoende inspraakmogelijkheden voor ontwikkelingslanden en maatschappelijke organisaties. Bovendien moet het internationale gezondheidsbeleid op elkaar worden afgestemd en moeten gezondheidsbelangen altijd prevaleren boven handelsbelangen.

Noot
1. Hardon, Anita. Immunisation for All? A critical look at the first GAVI partners meeting. HAI-Lights , March 2001, Vol. 6, No.1.

RECENSIE: De valstrik van de hoop. Witte illegalen in hongerstaking

De valstrik van de hoop. Witte illegalen in hongerstaking. Door Hans Krikke, Uitgeverij Van Gennip 1999, ISBN 90-5515-229-3

In 1997 besloten 132 witte illegalen in hongerstaking te gaan. Jaren hadden ze in Nederland gewoon en gewerkt. Ze waren ingeburgerd, hadden schoolgaande kinderen en werkten voor hun brood. Toch vielen ze buiten alle regels en werden ?witte illegalen? genoemd. Uit wanhoop besloten ze hun leven te riskeren door in hongerstaking te gaan om zo een legaal verblijf in Nederland te verwerven. Hans Krikke vertelt in het boek 'De valstrik van de hoop' het verhaal van deze mensen.

De hongerstaking zorgde voor tumult en paniek en was wekenlang voorpaginanieuws. De hoop op legalisatie die de Nederlandse overheid illegalen gaf, bleek een valstrik te zijn. Uiteindelijk kreeg na het opgeven van de hongerstaking bijna niemand een verblijfsvergunning. Het vrij vlot leesbare boek begint met wat aan de hongerstaking voorafging: iedereen die kon aantonen zes jaar of langer in Nederland te hebben gewoond en gewerkt (meestal in tuinbouwkassen) kon meedoen aan de legalisatieregeling. Massaal werden dossiers ingeleverd maar al snel bleek dat slechts weinigen konden aantonen aan de eisen van de overheid te voldoen. Uit wanhoop gingen 132 mensen in hongerstaking.

De arts Paul Falke begeleidde de medische kant van de hongerstaking. Op de studiedag van de Johannes Wier Stichting op 4 februari 2000 in de Domus Medica over 'Honger naar recht, honger als wapen' heeft hij hier uitgebreid verslag over gedaan. Er is ook een handleiding bij de JWS verkrijgbaar over hulpverlening bij een hongerstaking.
De hongerstaking speelde zich af in de Agnes Kerk in den Haag. Pastoor J. Bosco Beyk had daarmee ingestemd. Het boek is gelardeerd met veel persoonlijke trieste verhalen van de witte illegalen, tumult, achterdocht, onderlinge ruzies, touwtrekkerij met Cohen, toen staatssecretaris van Justitie, benoeming van een zware commissie om te bemiddelen o.l.v. rabbijn Soetendorp, enz. Na 21 dagen hongerstaking beëindigt de pastoor de hongerstaking omdat hij vindt dat er voldoende toezeggingen zijn van Cohen dat de dossiers eerlijk bestudeerd zouden worden.

Ook daarna bleef er veel onduidelijkheid. Waren de dossiers wel in orde? Wat waren de criteria en overwegingen van de overheid? (bang voor gezichtsverlies en het scheppen van precedenten enz.) Uiteindelijk werden maar 13 dossiers in orde bevonden en moesten 52 illegalen binnen een maand het land uit zijn. De meeste van deze mensen waren Turken, Koerden en Marokkanen.
Het boek spoort aan tot solidariteit met illegalen, in een tijd waarin de sympathie voor deze mensen onder de bevolking helaas lijkt af te nemen, ondanks de overvloed en weelde waarin wij leven. 'De valstrik van de hoop' is met veel sympathie voor 'illegalen' (mensen!) geschreven.
Van harte aanbevolen.


Lodewijk Crijns, arts

De moed om te weigeren

Brochure uitgegeven door SIVMO, te bestellen voor 4,50 € op giro 6181625 t.n.v. SIVMO Amsterdam

Op 1 februari 2002 deden 53 reservisten van het Israëlische leger een oproep in het blad Ha’arets, waarin zij motiveren waarom zij weigeren dienst te doen in de bezette gebieden.

De originele tekst luidde:

Wij, reserveofficieren en soldaten in gevechtseenheden van het Israëlische leger, die zijn opgevoed met de principes van het zionisme, opoffering voor het volk van Israël en haar staat, die altijd in de frontlinies hebben gevochten en als eersten onze missie uitvoerden, licht of zwaar, ter verdediging en versterking van de staat Israël. Wij, officieren en soldaten die de staat Israël ieder jaar, gedurende vele lange weken, gediend hebben, ondanks de hoge prijs die wij daar persoonlijk voor hebben betaald, wij hebben onze reserve dienstplicht overal in de bezette gebieden vervuld. Hierbij hebben wij bevelen moeten opvolgen die niets te maken hadden met de veiligheid van ons land en als enig doel hadden onze controle over het Palestijnse volk voort te zetten.
Wij, wier ogen de bloedige prijs hebben gezien die deze bezetting aan beide kanten kost.
Wij, die voelden hoe de bevelen die ons in de bezette gebieden gegeven werden, al de waarden waarmee wij opgevoed zijn vernietigen. Wij, die nu begrijpen dat de prijs van de bezetting het verlies van het humane karakter van het Israëlische leger en het bederf van de moraal is in de gehele Israëlische samenleving.
Wij, die weten dat de bezette gebieden niet Israël zijn en dat alle nederzettingen uiteindelijk ontruimd moeten worden.
Wij verklaren hierbij dat wij niet zullen doorgaan met vechten in deze Oorlog van de Nederzettingen.
Wij zullen niet blijven vechten buiten de grenzen van 1967 om een heel volk te domineren, te verdrijven, uit te hongeren en te vernederen. Wij verklaren hierbij dat we het Israëlische leger zullen blijven dienen, in elke missie ter verdediging van de staat Israël. De missies van bezetting en onderdrukking dienen dit doel niet - en wij zullen er geen deel van uitmaken.

Achtergronden en verhalen over wat soldaten meemaakten, en hoe ze tot deze stand kwamen, zijn gebundeld in het boekje "De moed om te weigeren". In dit aanbevelenswaardige boek is te lezen hoe ook aan de Israëlische kant van het conflict ernstige twijfels bestaan over het huidige beleid.



Geplaatst op: dinsdag 1 oktober 2002


johannes wier stichting

Links

Mensenrechten-
organisaties
   in Nederland
   buiten Nederland

Mensenrechten- portals

 

 

 
  Home