Begeleiding van hongerstakingen
– Trainingsmodule gereed

In: Mensenrechten & Gezondheidszorg, juni 2003

http://www.johannes-wier.nl/main.php?op=news&id=137

Begeleiding van hongerstakingen – Trainingsmodule gereed

In 2002 is de trainingsmodule over de begeleiding van hongerstakingen gereed gekomen. De training duurt twee dagdelen, en bevat inleidingen over medische, psychische, juridische en ethische aspecten van de begeleiding van hongerstakers. Op 26 september 2002 werd de cursus voor het eerst gegeven aan een groep van 12 cursisten. Vlak daarna is het curriculum door de Werkgroep Advisering bij Hongerstaking geëvalueerd, zodat de cursus na aanpassing ook in januari 2003 weer aangeboden kon worden.

De overgrote meerderheid van de hongerstakingen in Nederland vindt plaats in asielzoekerscentra, en een aantal vindt plaats in gevangenissen en huizen van bewaring. In uitzonderingsgevallen komen hongerstakingen ook voor in de openbare ruimte (bijvoorbeeld in gemeentehuizen of bij het Vredespaleis). Altijd gaat het om een laatste strohalm die de betrokkene aangrijpt om zijn of haar zaak te bepleiten. Hongerstaking wordt dan ook wel het ‘machtsmiddel van de machtelozen’ genoemd. In 2000 heeft de Johannes Wier Stichting een handleiding uitgegeven over de begeleiding van hongerstakingen, onder de titel Honger naar recht, honger als wapen. Deze handleiding is inmiddels een algemeen aanvaarde standaard geworden in Nederland. Er bleek veel behoefte aan nascholing te bestaan. Dat was de reden om een specifieke trainingsmodule te maken, die vooral geschikt is voor sociaal-geneeskundigen, huisartsen en medisch personeel van GGD’en en de Medische Opvang Asielzoekers (MOA). De deelnemers worden actief bij de cursus betrokken, zo doen zij rollenspellen om te oefenen in onderhandelen en omgang met de media.

Tekst: Adriaan van Es, Redactie Mensenrechten & Gezondheidszorg (e-mail: es.raat@wxs.nl)

Geplaatst op: vrijdag 5 december 2003

“Artsen moeten niet meewerken aan dwangvoeding”

In: Mensenrechten & Gezondheidszorg, juni 2003

http://www.johannes-wier.nl/main.php?op=news&id=132

“Artsen moeten niet meewerken aan dwangvoeding”:
Medische en juridische argumenten

Het jaar 2002 heeft voor de Johannes Wier Stichting sterk in het teken gestaan van de publiciteit rond de hongerstaking van Volkert van der G., de moordenaar van Pim Fortuyn. Een meerderheid van de Tweede Kamer vond dat Van der G. tot elke prijs in leven gehouden moest worden, zelfs als dit zou betekenen dat hij onder dwang gevoed zou moeten worden.

De media hebben de Johannes Wier Stichting en de leden van de Werkgroep Advisering bij Hongerstaking in deze zaak goed weten te vinden. Er is een grote vraag geweest van diverse kranten, tijdschriften, radio- en televisieprogramma’s naar informatie over verschillende aspecten en stadia van hongerstaking, maar vooral over het onderwerp dwangvoeding.

Naar aanleiding van de landelijke discussie over dwangvoeding heeft de Werkgroep Advisering bij Hongerstaking een (verontruste) open brief geschreven aan de KNMG (Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst) en de voorzitter van de Tweede Kamer, waarin Nederlandse artsen werden opgeroepen om niet mee te werken aan dwangvoeding. Als gevolg hiervan is er onder andere een hoofdredactioneel commentaar van Medisch Contact aan dwangvoeding gewijd. Daarnaast heeft ook de Inspectie voor de Gezondheidszorg een oproep aan artsen gedaan om niet mee te werken aan dwangvoeding. De KNMG en de Vereniging voor Gezondheidsrecht spraken zich eveneens uit tegen dwangvoeding.

In de discussies die op de beslissing van de Tweede Kamer volgden, hebben de Johannes Wier Stichting en andere tegenstanders zowel medische als juridische argumenten gebruikt.

Medische argumenten
Gedwongen voedseltoediening tegen de wil van de betrokkene is, alle goede bedoelingen ten spijt, een vorm van mishandeling. Als middel om te voorkomen dat iemand overlijdt is het bovendien zeer twijfelachtig.
Het toepassen van dwangvoeding is een medische handeling waarbij via de neus een slang in de maag wordt aangebracht, waardoorheen vervolgens vocht en voedsel het lichaam wordt binnengebracht. De plaatsing van een maagsonde bij een tegenstribbelende patiënt is een risicohandeling die een verslikkingslongontsteking kan veroorzaken die vaak dodelijk verloopt. Bij dwangvoeding wordt ook vaak gedacht dat een infuus redding kan brengen. In de praktijk is dit alleen geschikt voor de toediening van water, mineralen en medicijnen en dergelijke. Als een hongerstaker in coma geraakt (en eigenlijk stervende is) is dwangvoeding waarschijnlijk al te laat. Als betrokkene het al overleeft, is het de vraag met welke restschade dit zal zijn. Er is immers sprake geweest van langdurige ondervoeding. Er is een reële kans op een blijvende handicap. De arts die heeft meegewerkt aan een dergelijke ‘behandeling’ tegen de wil in van de patiënt kan rekenen op een forse schadeclaim.

De wegens bankroof veroordeelde IRA-aanhanger Michael Gaughan ging in hongerstaking op 31 maart 1974 en kreeg van 22 april tot de dag voor zijn dood op 3 juni van dat jaar soms dagelijks dwangvoeding. Als doodsoorzaak werd longontsteking opgegeven. Ook de Duitse RAF terrorist Holger Meins overleed eind 1974 na een hongerstaking met dwangvoeding. Uit de recente massale hongerstakingsacties in Turkse gevangenissen blijkt dat het toepassen van dwangvoeding niet heeft kunnen voorkomen dat tientallen gevangenen alsnog overleden.

Juridische argumenten
Juridisch zijn de WGBO en de Wet BOPZ van toepassing. De Nederlandse Wet op de Geneeskundige Behandelovereenkomst (WGBO) beschermt patiënten tegen door henzelf niet gewenste medische interventies. Diagnostische methoden en behandelingen mogen alleen plaatsvinden na verkregen ‘informed consent’. Voorwaarde voor dwangvoeding is wilsonbekwaamheid. Dit wil zeggen dat het oordeelsvermogen van de betrokkene verminderd is. Wilsonbekwaamheid vaststellen is aan de behandelend arts, die eventueel een psychiater inschakelt. Volgens de Wet Bijzondere Opnemingen in Psychiatrische Ziekenhuizen (BOPZ) mag een dwangopname alleen plaatsvinden bij een stoornis van de geestesvermogens.
In het geval van Volkert van der G. verwezen voorstanders van dwangvoeding ook naar de Penitentiaire Beginselenwet. Daarin staat onder andere dat gedetineerden in bepaalde gevallen onder dwang een medische behandeling moeten kunnen ondergaan. Maar, deze wet is bedoeld voor zwaar gestoorde en agressieve gedetineerden en daartoe kon Van der G. niet gerekend worden.

De World Medical Association verbiedt artsen expliciet in haar Verklaring van Tokio (1975) en Verklaring van Malta/Marbella (1991/1992) om patiënten tegen hun wil gedwongen voedsel toe te dienen. Dit geldt dus ook voor Nederlandse artsen, en de bepalingen zijn onverminderd van toepassing op gevangenen. Art. 3 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens bevat het recht gevrijwaard te worden van onmenselijke of vernederende behandeling, evenals Art. 11 van de Grondwet, dat onaantastbaarheid van het lichaam vooropstelt.

Groot-Brittannië heeft in het verleden regelmatig dwangvoeding toegepast. Het was ook het eerste land waar een artsenorganisatie (de British Medical Association) artsen verbood aan dwangvoeding mee te werken. Later heeft de Britse Minister van Justitie dit als beleid overgenomen. Nederland volgde in 1985. Blijkens Richtlijnen van de Staatssecretaris van Justitie uit dat jaar betreffende gedetineerden in hongerstaking, onderschrijft de overheid de in Nederland gangbare opvatting dat de beslissing tot voedselweigering, ook bij ernstige gevolgen voor de hongerstaker, door overheid en hulpverleners moet worden gerespecteerd.

Conclusie
De hierboven genoemde medische en juridische argumenten wijzen slechts in een richting: artsen mogen niet meewerken aan dwangvoeding. Nadat Volkert van der G. zijn hongerstaking had beëindigd, ebde de aandacht van de media voor dwangvoeding snel weg. Toch is de hele maatschappelijke discussie niet voor niets geweest. De Johannes Wier Stichting heeft samen met andere artsen- en mensenrechtenorganisaties in Nederland eensgezind een gezamenlijk standpunt uitgedragen. Het is goed dat maatschappelijke organisaties weerwoord bieden aan de politiek, wanneer politici uit onwetendheid of opportunisme maatregelen voorstellen die de mensenrechten schenden. Als er een ding duidelijk is geworden, dan is het dat dit ons aller verantwoordelijkheid is.

Adriaan van Es, Redactie Mensenrechten & Gezondheidszorg (e-mail: es.raat@wxs.nl)

De Zaak Van der G.
In juli 2002 ging Van der G. uit protest tegen de zijns inziens onmenselijke behandeling in de cel in hongerstaking: er waren continu camera's op hem gericht en het licht ging 's nachts nooit uit. Justitie greep snel in en installeerde infrarood lampen in zijn cel, zodat het licht niet meer 24 uur per dag hoefde te branden. Toch ging Van der G. door met zijn hongerstaking. Een maand later vond een meerderheid van de Tweede Kamer, gesteund door de Minister van Justitie, dat Van der G. tot elke prijs in leven gehouden moet worden, zelfs als dit zou betekenen dat hij onder dwang gevoed zou moeten worden. De affaire veroorzaakte veel commotie en veel media-aandacht.
Half september 2002 beëindigde Van der G. na twee maanden zijn hongerstaking en herstelde naar verluid volledig.

Begeleiding van hongerstakingen – Trainingsmodule gereed

In 2002 is de trainingsmodule over de begeleiding van hongerstakingen gereed gekomen. De training duurt twee dagdelen, en bevat inleidingen over medische, psychische, juridische en ethische aspecten van de begeleiding van hongerstakers. Op 26 september 2002 werd de cursus voor het eerst gegeven aan een groep van 12 cursisten. Vlak daarna is het curriculum door de Werkgroep Advisering bij Hongerstaking geëvalueerd, zodat de cursus na aanpassing ook in januari 2003 weer aangeboden kon worden.

De overgrote meerderheid van de hongerstakingen in Nederland vindt plaats in asielzoekerscentra, en een aantal vindt plaats in gevangenissen en huizen van bewaring. In uitzonderingsgevallen komen hongerstakingen ook voor in de openbare ruimte (bijvoorbeeld in gemeentehuizen of bij het Vredespaleis). Altijd gaat het om een laatste strohalm die de betrokkene aangrijpt om zijn of haar zaak te bepleiten. Hongerstaking wordt dan ook wel het ‘machtsmiddel van de machtelozen’ genoemd.
In 2000 heeft de Johannes Wier Stichting een handleiding uitgegeven over de begeleiding van hongerstakingen, onder de titel Honger naar recht, honger als wapen. Deze handleiding is inmiddels een algemeen aanvaarde standaard geworden in Nederland. Er bleek veel behoefte aan nascholing te bestaan. Dat was de reden om een specifieke trainingsmodule te maken, die vooral geschikt is voor sociaal-geneeskundigen, huisartsen en medisch personeel van GGD’en en de Medische Opvang Asielzoekers (MOA). De deelnemers worden actief bij de cursus betrokken, zo doen zij rollenspellen om te oefenen in onderhandelen en omgang met de media.

Adriaan van Es, Redactie Mensenrechten & Gezondheidszorg (e-mail: es.raat@wxs.nl)

Geplaatst op: donderdag 4 december 2003

Cursus Medische begeleiding bij honger- en/of dorststaking

De cursus 'Medische begeleiding bij honger- en/of dorststaking' is bedoeld voor sociaal-geneeskundigen, huisartsen en algemene artsen werkzaam bij een GGD, de MOA, in Penitentiaire Inrichtingen en andere belangstellende (para)-medische hulpverleners.

Aan het eind van de dag zijn de cursisten in staat om als vertrouwensarts en/of als coördinerend sociaal-geneeskundige te fungeren, kennen zij de meest voorkomende knelpunten en hebben zij een aantal vaardigheden geleerd om met die knelpunten om te gaan.

Klik hier voor meer informatie

Geplaatst op: maandag 16 juni 2003

Cursus Medische begeleiding bij honger- en/of dorststaking

De datum van de eerstvolgende cursus Medische begeleiding bij hongerstaking is:
Woensdag 17 september 2003
Plaats: Pharos, Utrecht Kosten: 220 €
Aanmelden: tot 1 september 2003

Plaatsing voor de cursus gaat op volgorde van binnenkomst van betaling.

U kunt zich opgeven voor deze cursus door het formulier in te vullen en te sturen naar Johannes Wier Stichting, Postbus 1551, 3800 BN Amersfoort of te faxen naar 033-4615048.

Uw inschrijving is pas definitief als u 220 € heeft overgemaakt op girorekening 53353 ten name van de Johannes Wier Stichting, onder vermelding van ‘Cursus 17 september 2003’; bij de betaling graag naam en organisatie Honger naar recht, honger als wapen vermelden.

Dwangvoeding

Half augustus kwam in het nieuws dat een meerderheid van de Tweede Kamer (CDA, LPF, VVD en Leefbaar Nederland) vindt dat Volkert van der G., de verdachte van de moord op Pim Fortuyn, dwangvoeding moet krijgen mocht hij dreigen aan zijn hongerstaking te overlijden. Van der G. weigert op dat moment al zo'n maand voedsel. Ook Minister Donner van Justitie sluit dwangvoeding niet uit op 'juridische gronden'. De Johannes Wier Stichting is tegen gedwongen voeden van hongerstakers en onderneemt actie.

De Johannes Wier Stichting onderschrijft de beroepscodes van de World Medical Association en de World Health Organization, die dwangvoeding van hongerstakers tot elke prijs verbieden. Ook de KNMG (Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst) heeft deze professionele codes onderschreven. Op 23 augustus stuurde de Johannes Wier Stichting daarom een open brief naar de KNMG met het verzoek het KNMG-standpunt dat artsen niet mee mogen werken aan dwangvoeding opnieuw aan haar leden bekend te maken en ook de politiek in te lichten over dit standpunt.

Een citaat uit deze brief: "De KNMG heeft actief bijgedragen aan het tot stand komen van verklaringen van de World Medical Association (WMA), waarin een duidelijk standpunt wordt ingenomen ten aanzien van hongerstaking. De World Medical Association verbiedt artsen expliciet in haar Verklaring van Tokio (1975) en Verklaring van Malta/Marbella (1991/92) om patiënten tegen hun wil gedwongen voedsel toe te dienen. Dit geldt dus ook voor Nederlandse artsen, en de bepalingen zijn onverminderd van toepassing op gevangenen."

Een afschrift van deze brief werd naar de Vaste Kamercommissies voor Justitie en Volksgezondheid in de Tweede Kamer gestuurd.

Meer informatie:
Open brief naar de KNMG & Tweede Kamer
Standpunt Johannes Wier Stichting over dwangvoeding
Honger naar recht, honger als wapen Handleiding voor de medische en verpleegkundige begeleiding van hongerstakingen, Johannes Wier Stichting, derde, geheel herziene druk 2000.
Website KNMG

Geplaatst op: donderdag 22 augustus 2002

Vermoorde artsen in Pakistan

Pakistan Meer dan 50 prominente Pakistaanse artsen hebben begin april gedurende zes uur gehongerstaakt uit protest tegen de recente moord op zeker 13 collega's in Karachi en elders in Pakistan. De Pakistaanse Medische Associatie riep ook op tot een nationale staking.

Sinds 1997 zijn 270 artsen in Pakistan slachtoffer van een moordaanslag geworden. De hongerstaking was bedoeld om de aandacht te trekken van de overheid, die tot nog toe de ogen sloot voor de moorden. Politie en artsen geloven dat de recente aanvallen op artsen onderdeel is van een campagne van religieus extremisten om angst te zaaien onder de bevolking en de Pakistaanse president, Musharraf, te straffen voor zijn pogingen om militante islamitische groepen uit te schakelen.

Bronnen:
British Medical Journal, Vol. 324, pag. 805 (6 april 2002).

Geplaatst op: maandag 22 april 2002

 

 
  Home