Home
|
Over Prime
|
Actueel
|
Vacatures
|
Contact
|
Datum: 12/12/2005 Betreft: hulpverlening slachtoffers Schipholbrand Geachte Heer Ahmed Pouri, Prime Den Haag.
Op uw verzoek spreek ik via deze weg mijn zorg uit aangaande de slachtoffers van de Schipholbrand. Na bijna zeven weken is het nog steeds niet gelukt om adequate psychologische behandeling te bieden, in ieder geval wat betreft 14 van deze slachtoffers. De slachtoffers zijn na de brand weliswaar één en in sommige gevallen meerder malen gezien door verschillende psychologen en psychiaters, echter op consultbasis en niet in het kader van een adequate psychologische behandeling. Ik werd 5 december j.l. vanuit het UMCG gevraagd om ondersteuning te bieden bij de opvang en nazorg van de slachtoffers van de Schipholbrand, waarvan inmiddels 15 mensen in het AZC hier in het Noorden des land zijn ondergebracht. Het verzoek werd aan mij gedaan omdat de reguliere zorg deze opvang niet op een zo korte termijn in deze omvang kon leveren. Met de toezegging van de MOA (Medische Opvang Asielzoekers) en het COA (Centraal Orgaan opvang Asielzoekers) dat de voorwaarden akkoord waren en de formele afhandeling zou volgen, ben ik direct aan het werk gegaan. Ik heb dezelfde week 14 mensen gescreend en een team van zes professionals samengesteld, allen met kennis aangaande EMDR behandeling (Eye Movement Desensitization and Reprocessing – een kortdurende en eerst aangewezen behandelkeuze bij trauma's). Tot mijn verbazing lukte het gedurende die week niet om tot formele bevestiging van mondeling overeengekomen afspraken te komen. Het lukte niet om met de directie van het COA contact te krijgen, waarmee er geen duidelijkheid ontstond over de formele aspecten van de opdracht en er geen afspraken konden worden gemaakt wat betreft organisatorische en financiële zaken. Organisatorisch was het onduidelijk of behandeling plaats mocht vinden. Daarnaast was onduidelijk wat exact met de medische gegevens van de behandelingen zou gebeuren en of er voldoende scheiding tussen de curatieve zorg en de juridische procedures gegarandeerd kon worden. Tenslotte is er tot nu toe geen duidelijkheid over financiële afhandeling van het vervolg op de screenings. Volgens de ZRA (Ziektekosten Regeling Asielzoekers) hadden de MOA en het COA vooraf met de ZRA moeten overleggen. Uiteindelijk was men bij het ZRA bereid om de eerste inspanningen (de screening) wel te vergoeden, maar over het vervolgtraject kunnen tot op heden geen financiële en organisatorische afspraken worden gemaakt. Dit betekent dat het gereed staande team nu al vanaf dinsdag 6 december wacht of men kan worden ingezet. Hetgeen wederom betekent dat er na de screening tot nu toe geen daadwerkelijke psychologische behandeling is gestart. Het laatste bericht is dat de ZRA nu ook weer met de GGZ in overleg treed of behandeling aldaar kan geschieden. De psychologische behandeling van de slachtoffers houdt in dat zij, naar schatting, minimaal en gemiddeld, vier tot acht contacten moeten kunnen krijgen wil er van enige kans op vermindering van klachten sprake zijn. Daarin moet gekeken worden of de eerste aangewezen behandelkeuze, EMDR, dan wel een vorm van exposure (gedragstherapeutisch protocollaire techniek) enige verlichting kan bieden. Enkele therapeutische sessies kan de slachtoffers tenminste helpen de slaap weer te kunnen vatten, de nachtmerries te bestrijden, de angst, agitatie en alertheid te verminderen. Na de screening is duidelijk geworden (zonder over de individuele slachtoffers informatie te openbaren, gezien de wet op bescherming van privacy en de beroepscode) dat psychologische behandeling noodzakelijk is. Voor het verstrijken van de termijn die gesteld is met de artikel 64 procedure, naar mijn weten 26 december, is er inmiddels nauwelijks tijd voor enige behandeling over.
Met vriendelijke groet, M.F. Verster GZ-psycholoog/psychotherapeut
|
Home ![]() |