­­Advocatenkantoor Ste­ij­nen, Olof & Stel­ling

Couwenhoven 52-05
3703 ER Zeist
tel. 030-6956867
email: sagitar@het­net.nl

Aan de Onderzoeksraad voor Veiligheid t.a.v. de heer mr. P. van Vollenhoven,
Voorzitter

Postbus 95404
2509 CK Den Haag

betreft : onderzoek naar de brand in cellencomplex Schiphol-Oost

Zeist, 16 december 2005

Geachte heer van Vollenhoven,

Hierbij doe ik toekomen een afschrift van de aangifte van mijn cliënten bij de Hoofdofficier van Justitie te Den Haag tegen de minister van Jusitie Donner en de minister voor Vreemdelin­genzaken Verdonk wegens een wrede en onmenselijke behandeling van de slachtof­fers en overlevenden van de brand in het deten­tiecentrum Schiphol-Oost in de zin van het Anti-Folterverdrag.

Ik verzoek u deze aangifte aan het onderzoeksdossier van de Onderzoeksraad voor Veiligheid in deze kwestie toe te voegen.

Voorts maak ik u attent op het onderzoekswerk dat verricht wordt door de vluchtelingenorganisatie PRIME te Den Haag o.l.v. de heer A. Pouri.

PRIME heeft reeds een groot aantal van de overlevenden van de ramp, mensen zowel van de K-vleugel als van andere vleugels, PERSOONLIJK geintervieuwd en de bevindingen daarvan vastgelegd en gedocumenteerd.

Over dit werk van PRIME zijn inmiddels al herhaaldelijk publi­caties geweest in de media, o.a. meermalen in de Volkskrant.

In deze gedetailleerde verslagen van de PERSOONLIJKE contacten met de overlevenden van de ramp zijn een tweetal aspecten die bijzondere aandacht verdienen.

Het eerste aspect is dat een aantal van de overlevenden van de K-vleugel, anders dan tot nu toe het beeld is van (tussentijd­se) rapportages, niet primair reppen van de sterke rook­ontwikkeling als meest bedreigende factor, maar van de rood­gloeiende vuurzee en de enorme hitte , waarvan al spoedig sprake was.

Anders dan het beeld van de (tussentijdse) rapportages tot nu toe, is het, zo blijkt uit de verklaringen van de overlevenden van de K-vleugels zoals zij door PRIME zijn verzameld, dan ook niet zozeer de plotselinge sterke rookontwikkeling geweest, die hier heeft voorkomen dat een aantal dodelijke slachtoffers niet konden worden bevrijd, maar de enorme hitte en het vuur zelf.

Dit dan naast het gebrek aan voortvarendheid van het personeel en het zelfs tegenhouden van gevangen die hun mede-gevangenen te hulp wilden komen.

Al met al lijkt het er sterk op dat er reeds eerder sprake is geweest van een flash-over dan in (tussentijdse) rapportages, zo lijkt het , wordt aangenomen. En dat de invloed van de rookexplosie, die zich ontwikkelde na het openen van cel 11, wordt overschat.

Het is daarbij de uitdrukkelijke waarneming van een onafhan­kelijk van elkaar getuigende overlevenden van vleugel K dat tenminste een aantal van de dodelijke slachtoffers dan ook niet gestorven zijn als gevolg van koolmonoxyde-vergiftiging, zoals eerdere rapportages als de doodsoorzaak voor wat betreft de dodelijke slachtoffers vermeldden, maar dat zij levend zijn verbrand.

Overlevenden hebben hen zien branden als fakkels.

Voor wat betreft de misdadige en onmenselijke behandeling van overlevenden van de ramp, wil ik hierbij allereerst uw aan­dacht vestigen op de site www.voicelessvoice.nl, waarin ver­slag wordt gedaan van de voortdurende maltraitering van een van de overlevenden, die naar Kamp Zeist werd overgeplaatst.

De beheerster van deze site kan u ook vertellen over (het lot van) overlevenden, die nu geleidelijk op straat worden ge­dumpt, zonder ook maar een enkele medische opvang of be­scher­ming, alsmede over de verschrikkelijke geestelijke toestand waarin een aantal van deze mensen zich bevinden.

Volkomen verdwaasd en van de wereld zwerft een aantal van hen door Nederland rond.

Ook PRIME vormt ook op dit gebied een onmisbare bron van informatie,. Een en ander op basis van de gedocumenteerde gesprekken met de overlevenden, alsmede met een aantal mensen die zouden zijn ingezet voor de hulpverlening.

Daaronder bevindt zich informatie die zo misdadig is - het gaat hier om informatie over eenzame opsluiting van over­leven­den tot weken na de ramp -, alsmede dermate stuitend is - het opzettelijk tegenwerken van mensen die als hulpverleners zouden moeten fungeren -, dat een en ander alleen maar ver­bijstering kan opwekken.

Ik verzoek u dan ook dringend om tenminste op korte termijn ook contact op te nemen met de heer Pouri van PRIME om u omtrent zijn bevindingen op dit punt te laten informeren.

Een deugdelijk onderzoek kan niet zonder het beeld dat hij, zeer pregnant, van zeer gedetailleerde intervieuws met recht­streeks overlevenden heeft verzameld.

Ik verzoek u om een ontvangstbevesting van dit schrijven.

hoogachtend,

mr. N.M.P. Steijnen,

advocaat-gemachtigde

 

 
  Home