Home
|
Over Prime
|
Actueel
|
Vacatures
|
Contact
|
EEN KORT OVERZICHT VAN DE INHOUD VAN DE AANKLACHT TEGEN DONNER EN VERDONK Waar het om gaat Het is zo ver: de minister van Justitie Donner en de minister voor Vreemdelingenzaken Verdonk worden eindelijk aangepakt zoals het behoort. Waar meer dan 10.000 mensen hier in Nederland uitdrukkelijk om hebben gevraagd, vindt nu plaats: tegen minister van Justitie Donner en minister voor Vreemdelingenzaken Verdonk wordt het internationale strafrecht ingezet. De tijd van het ophouden van de schijn dat de wreedheden en nalatigheden die Donner en Verdonk zich, stelselmatig, jegens vreemdelingen permitteren niet de grenzen van misdadigheid zouden overschrijden, is definitief voorbij. Donner en Verdonk worden strafrechtelijk aangeklaagd. 'een wrede en onmenselijke behandeling' in de zin van het internationaal humanitair recht In een meer dan 70 pagina's omvattend document wordt, stap voor stap, genadeloos uiteengerafeld op welke punten Donner en Verdonk zich jegens de slachtoffers en overlevenden van de afschuwelijke brand in Schiphol schuldig hebben gemaakt - en zich nog steeds schuldig maken - aan 'een wrede en onmenselijke behandeling'. Voor, tijdens en na de catastrofale brand. Een wrede en onmenselijke behandeling niet alleen in de zin van het gewone spraakgebruik of enkel in morele zin, maar uitdrukkelijk ook in juridische zin, in de zin van het internationale strafrecht. En wel het Anti-Folterverdrag (AFV). Die wrede en onmenselijke behandeling nam ook de proportie aan van dood door schuld en medeplichtigheid aan zwaar lichamelijk letsel jegens de slachtoffers van de rampzalige brand. Deze aspecten maken dan ook uitdrukkelijk deel uit van de hier aan hen te laste gelegde 'wrede en onmenselijke behandeling' in de zin van het Anti-Folterverdrag. Geen strafrechtelijke immuniteit voor Donner en Verdonk Door het Anti-Folterverdrag te schenden maken Donner en Verdonk zich schuldig aan een internationaal misdrijf. Voor gewone misdrijven kunnen Donner en Verdonk zich hullen in immuniteit van strafvervolging, die alleen door het parlement kan worden opgeheven. Iets waartoe een voze parlementaire meerderheid, zoals bekend, nimmer zal overgaan. Maar een moreel failliete parlementaire meerderheid kan voor Donner en Verdonk geen schild vormen tegen vervolging voor internationale misdrijven als het schenden van het Anti-Folterverdrag. Dergelijke misdrijven zijn zo ernstig dat hier voor geen mens immuniteit bestaat, ook voor ministers niet. Is een inbreuk op het Anti-Folterverdrag in ons land voorstelbaar ? Om maar meteen maar met de deur in huis te vallen: is het reëel voorstelbaar dat een land als Nederland, en Nederlandse ministers, zich schuldig zouden maken aan 'een wrede en onmenselijke behandeling' jegens vreemdelingen, en daarmee aan zo iets afschuwelijks als een inbreuk op het Anti-Folterverdrag ? Het antwoord is ronduit ja. Dat is geen hersenspinsel van degenen die hier Donner en Verdonk aanklagen. Maar komt uit de koker van het Anti-Folter Comité zelf, de waakhond ingesteld bij het Anti-Folterverdrag. Het is Amnesty International dat in een scherpe protestbrief van 21 november 2005 over het optreden van Donner en Verdonk jegens de slachtoffers en overlevenden van de catastrofale brand wijst op de 'view' van het Anti-Foltercomité van 12 mei 1999 in de zaak A. v. The Netherlands. Het Comité overwoog hierin: "9. The Committe wishes to express its concern about the fact that the author has been held in detention since his arrival in the Netherlands on 24 November 1988 , i.e. only two months after he was allegedly tortured. The Committee considers that if torture did indeed take place, the fact of keeping him in detention for such a prolonged period could have an aggravating effect on his mental health and ultimately amount to cruel or inhuman treatment." (View of the Committee against Torture in A. v. The Netherlands , CAT/C/22/124/1998, 12 mei 1999, NAV 1999/86, p. 372-377) Weliswaar handelt de betrokken 'view' van het Comité over een mogelijk slachtoffer van marteling, maar Amnesty International is van mening dat de opmerking die het Comité maakt ten aanzien van detentie ook van toepassing kan worden geacht op slachtoffers van andere traumatiserende gebeurtenissen, zoals de brand op Schiphol. Daar komt dan nog bij dat veel overlevenden van de brand inderdaad ook een verleden van marteling achter zich hebben. Een breed scala van 'wrede en onmenselijke behandelingen' En dat is dan nog maar één aspect van de wrede en onmenselijke behandeling waaraan Donner en Verdonk de slachtoffers en overlevenden van de ramp onderwerpen: het voor onbepaalde tijd (verder) opsluiten van door de verschrikkelijke ervaring van de brand geestelijk zwaar getekende mensen. Maar er zijn nog talloze andere aspecten. Vóór, tijdens en na de catastrofale brand. Vóór de brand doordat de latere slachtoffers hiervan in het detentiecomplex Schiphol-Oost opgesloten werden gehouden onder detentie-omstandigheden die discrimatoir van aard waren vergeleken met 'gewone boeven' en die niet voldoen aan internationale standaards voor detentie. Voor zover het hier illegale vreemdelingen betrof, bovendien ook nog een gevangenhouding in feite voor onbegrensde tijd. Aldus werden zij dan weggeborgen in omgebouwde containers, waarvan de onveiligheid voor brand op voorhand vast stond. Het opzettelijk in levensgevaar brengen van mensen Willens en wetens werden zij op die manier door Donner en Verdonk opzettelijk onderworpen aan levensbedreigende risico's van brand. Die opzet om mensen in levensgevaar te brengen, is een constant feit. Vóór zowel als na de ramp. Vóór de ramp gaf Donner onomstotelijk blijk van deze opzet doordat hij, onmiddellijk na de bouw, ondanks een uitdrukkelijk verbod van de gemeente Haarlemmermeer, al tot opsluiting van mensen in het detentiecomplex overging, voordat de brandweer het überhaupt had gekeurd. En zich pas weer tot ontruiming liet dwingen toen er een dwangsom aan te pas kwam. Na de afschuwelijke ramp die zich aldaar voltrokken heeft, door als een dolgeworden potentaat het verder gevangen houden van levende mensen in het gruwelcomplex met botte machtspolitiek af te dwingen, ondanks de eis van de gemeente Haarlemmermeer tot onmiddellijke sluiting wegens brandgevaar. Verderfelijke opvattingen slaan neer in verderfelijk optreden Diezelfde Donner en Verdonk zijn er rechtstreeks verantwoordelijk voor dat de nacht van de rampzalige brand onder het personeel een geest heerste dat het voorkomen van ontsnappingen meer gewicht moest worden toegekend dan het onvervaard verrichten van uiterste inspanningen om mensenlevens te redden. Aldus werd het ontsluiten van cellen nodeloos vertraagd, werden zwaar geschokte mensen die de brand tenauwernood hadden overleefd onderworpen aan barbaarse praktijken als het aan elkaar boeien en onder schot houden, en werd hen in een aantal gevallen opzettelijk verhinderd om te helpen met het bevrijden van mede-gevangen in doodsnood. Donner en Verdonk accentueerden en bevestigden die bij het personeel levende geest nog diezelfde nacht door zelfs een helicopter in te zetten in het kader van en klopjacht op een paar ontsnapte illegalen. Bij dit alles moet worden betrokken dat illegalen mensen zijn die geen enkel strafbaar feit hebben begaan. Voortgezette wrede en onmenselijke bejegening Na de ramp werden de doodsbange overlevenden opnieuw voor een verder onbepaalde tijd opgesloten in brandgevaarlijke detentiecomplexen. Nog dichter opeengepropt in meer-manscellen en onder detentie-omstandigheden die dikwijls nog slechter waren dan in het Schiphol-complex. Van een toenemend aantal slachtoffers en overlevenden blijkt dat zij zelfs, soms voor lange tijd, geestelijk zwaar gewond in strafcellen werden weggestopt. Donner en Verdonk verdedigen, tot op de dag van vandaag, de hulpverlening aan de slachtoffers en overlevenden, als volkomen 'adequaat'. Voor hen geldt dus als een 'adequate' vorm van opvang het onderwerpen van geestelijk zwaar aangedane en getraumatiseerde mensen aan een voortgezette gevangenhouding. De ploerterij van het gedwongen opsluiten van getraumatiseerde mensen in strafcellen, gebeurt in dat licht natuurlijk 'in hun eigen bestwil'. Het laten optreden van 'geestelijk verzorgers', al dan niet 'in gesprekskringen', beschouwen zij als een 'adequate' vorm van zorgverlening. Het, incidenteel en vaak pas na lange tijd, laten praten van een paar psychologen met de slachtoffers, geldt dan voor hen als het bewijs van de ultieme zorg die zij toch maar aan deze 'illegalen' besteden ! Maar natuurlijk kan de aldus met gulle hand verleende 'behandeling' niet zover gaan dat ook slachtoffers en overlevenden die nu, geleidelijk, alsnog op straat worden gedumpt, ook nog op enige 'zorg' aanspraak zouden kunnen maken! Een toenemend aantal overlevenden zwerft dan ook, op straat gedumpt, verdwaasd en getraumatiseerd door Nederland rond. Zonder middelen van bestaan en zonder enige verdere medische zorg. Voor tweederangs mensen is het alleszins 'adequaat'! En natuurlijk was het niet de bedoeling dat ook de slachtoffers en overlevenden van de ramp hulp zouden krijgen van speciale, gekwalificeerde psychiaters van het Instituut voor Traumazorg. Het parlement, dat van Donner verstaan meende te hebben dat het IvT ook ten dienste van de slachtoffers en overlevenden van de ramp zou optreden, had hem verkeerd begrepen. Hij had wel gezegd dat psychiaters van het IvT waren ingeschakeld, maar daarmee had hij niet bedoeld te zeggen dat dit ten dienste van de slachtoffers en overlevenden van de ramp was ! Nee, dit was uitsluitend gebeurd ten dienste van de personeelsleden. Die immers ook traumatische ervaringen achter de rug hadden! Want, zoals ook al door minister Verdonk, kort na de ramp, was verklaard en door de Volkskrant van 2 november aldus was weergegeven: 'Verdonk vroeg begrip voor de cipiers, die in de rook hadden gestaan en gebonk en geschreeuw hebben gehoord. "De medewerkers zijn ook getraumatiseerd"'. Inderdaad, voor mensen die beschouwd moeten worden als tweede rangs-mensen, vormt dit alles een buitengewoon 'adequate' 'zorg' en 'opvang'. En juist ook omdat minister van Justitie Donner en minister voor vreemdelingenzaken Verdonk Nederland verder willen verzieken met een impliciete opvatting dat illegalen beschouwd moeten worden als een kaste van rechtelozen, van tweede rangs mensen, die dus niet naar gewone menselijke maatstaven gemeten en behandeld behoeven te worden, is hun strafrechtelijke vervolging een pure noodzaak. Rechtsorde ernstig geschokt Zoals in de aangifte ook wordt aangegeven: het optreden van Donner en Verdonk heeft de Nederlandse rechtsorde ernstig geschokt. Hun strafrechtelijke vervolging is dan ook geboden. Als eerste stap om Nederland als rechtsstaat opnieuw op de kaart te zetten. Comité Rechtsherstel Couwenhoven 52-05 3703 ER Zeist tel. 030-6956867 sagitar@hetnet.nl
|
Home ![]() |